Bisschopsambt in de RK kerk
Artikelindex
Bisschopsambt in de RK kerk
Page #
Alle pagina's

In de Rooms-Katholieke Kerk is het hoogste herderlijk ambt dat van bisschop. De bisschoppen staan, door een eeuwenoude apostolische opvolgingslijn als opvolgers van de apostelen van Jezus, voor de taak het geloof te verkondigen, de kerkgemeenschap te leiden, en middels liturgie, gebed en eredienst de gelovigen te brengen tot Gods genade.

Voor een toelichting op de achtergrond van het bisschopsambt, volgt hieronder een artikel dat op 21 november 2004 in het bisdomblad ‘Omhoog’ verscheen, kort na de bekendmaking van de benoeming van Mgr. W de Bekker tot derde bisschop van Paramaribo.

“De bisschop is de directe opvolger van de apostelen. Uit alle evangelies wordt duidelijk dat Jezus de zending die hij van zijn Vader had ontvangen, heeft doorgegeven aan zijn apostelen. In zijn naam en met de kracht van de heilige Geest moesten de apostelen het blijde nieuws verkondigen aan alle volkeren. Jezus had hen beloofd bij hen te zijn tot aan de voleinding van de wereld. Zo zegt Jezus: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot Mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld” (Mt.28,18–20; zie Mc.16,15–20;Lc24, 47–48; Hand.1,8)

Na de verrijzenis zegt Jezus aan zijn apostelen: ‘Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend Ik u” (Joh.20,21). Jezus heeft duidelijk de apostelen als fundament gelegd van de kerk. Zo zegt Hij aan Petrus: “Jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet onder krijgen” (Mt.16,18). In de brief aan de Efeziërs staat er: “Zo bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten” (Ef.2,20). Wanneer in Openbaring gesproken wordt over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, staat er over het nieuwe Jeruzalem: “De stadsmuur had twaalfgrondstenen met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam (Openb.21:14).

Wij zijn gewend om van twaalf apostelen te spreken. Maar er waren meer. Jezus heeft inderdaad de twaalf geroepen en had een heel bijzondere band met hen. Zij hadden bijzondere voorrechten die anderen niet hadden. (Zie Mc. 3,13–19; 6,6b–13). Na Pasen noemde men de eerste getuigen van de verrijzenis van de Heer apostelen. Zij werden door de verrezen Heer uitgezonden naar de hele wereld om het evangelie te verkondigen. (1 Kor. 9,1–2; 15,7–8). Een heel bijzondere apostel is Paulus, hoewel hij niet tot de groep behoorde die Jezus tijdens zijn aardse leven gekend heeft. Behalve Paulus, kennen we ook Jakobus, de broeder des Heren.

Opvolging van de apostelen
De apostelen hebben nog tijdens hun leven helpers aangesteld. Verder hebben zij duidelijk de opdracht gegeven om na hun dood het werk voort te zetten. Zo werd dus de zending die Jezus aan de apostelen had toevertrouwd, doorgegeven aan de volgende generatie. Dit blijkt uit de afscheidsrede van Paulus in Milete (Hand.20,28–32). De pastorale brieven (1e en 2e brief aan Timoteus, brief aan Titus) laten duidelijk zien dat er een overdracht is en een apostolische zending. De schrijver van deze brieven drukt Timoteüs en Titus op het hart om het toevertrouwde erfgoed en de zuivere en gezonde leer getrouw te bewaren (1 Tim.4,16;6,20; 2 Tim.1,14; 4,3 e.a.). Ze krijgen ook de opdracht andere mannen de handen op te leggen en ze in de apostolische dienst op te nemen. (1 Tim.4,14; 2 Tim.1,6; 2,2, Tit.1,5). Het is zeer begrijpelijk dat de opvolging laat in het Nieuwe Testament aan de orde komt, omdat dan pas de vraag naar de continuïteit belangrijk wordt.

Vanaf het begin heeft de jonge kerk deze aanwijzingen in de schrift serieus genomen. Zo is de traditie van de kerk ontstaan. Het Tweede Vaticaans Concilie [grote kerkvergadering van alle katholieke bisschoppen, gehouden in 1963-1965] vat de leer van Schrift en traditie samen als het zegt: “dat de bisschoppen krachtens goddelijke instelling in de plaats van de apostelen zijn getreden, als herders van de kerk’ (LG 20). “In hun persoon is aan de apostelen verleende zending, ja Jezus Christus zelf, blijvend in de Kerk aanwezig” (LG 21).

Het hebben van een bisschop mag niet al te licht worden opgevat. Een bisschop is niet zo maar een manager of leider. Leiderschapskwaliteiten moeten samengaan met een buitengewone liefde voor Jezus: “Petrus heb je mij meer lief dan de anderen?”                               (Dit artikel vervolgt: klik onderaan op "volgende")