Jaarrede 2008
Artikelindex
Jaarrede 2008
Page 2
Alle pagina's

Jaarrede 2008 van de bisschop van Paramaribo,
Mgr. Wilhelmus de Bekker

Broeders en zusters,

“Vreest niet” zeiden de engelen tot de herders, “Vreest niet” mag ik ook vandaag tot u zeggen.
“Vreest niet”, ook ik heb voor u een blijde boodschap. De jaarrede van dit jaar zal geen volledig opsomming zijn van al het goede en al het mislukte en wat wenselijk is gebleven in het zojuist afgesloten jaar. Deze opsomming zal vastgelegd worden in een schriftelijk document zoals we dat ook in 2007 mochten doen. Het is precies vijf jaar geleden dat ik de leiding van het bisdom op mij moest nemen. En aan het einde van deze maand zal het 3 jaar geleden zijn dat ik officieel de verantwoordelijkheid voor het Bisdom Paramaribo op mij kreeg door wijding en in bezitneming van de zetel. Mijn grote wens was dat we als Bisdom een grotere eenheid zouden gaan vormen en dat we steeds meer werden doordrongen van onze gezamelijke verantwoordelijkheid voor het stukje Kerk hier in Suriname binnen de grote wereldkerk.

Van belang was dat de verschillende instituten en organisaties, waarop ons bisdom in bestuurlijke maar ook maatschappelijke zin rust, versterkt werden en zich profileerden met een duidelijke katholieke identiteit. Duidelijk moest worden dat wij samen Kerk zijn en dat deze Kerk door haar werk van betekenis is voor de gehele Surinaamse samenleving.
De ontwikkelingen in ons land vragen tekenen van stabiliteit en van waarachtigheid. De Kerk kan deze rol vervullen en doet dit ook. Zij doet dit niet alleen door haar eigen werken, maar doet dit ook in samenwerking met andere christelijke en niet–christelijke denominaties.

Als katholieke gemeenschap hebben wij een bijzondere erfenis niet alleen in marteriële zin door het patrimonium dat ons ten deel is gevallen dankzij al het werken van hen die vóór ons waren, maar ook in maatschappelijke zin door de werken die zij tot stand hebben gebracht op het gebied van onderwijs, bejaardenzorg, ziekenzorg, maatschappelijke begeleiding, internaatswerk, en pastoraat.

Dankbaar mogen we zijn voor de groei in het geloofs– en kerkelijke leven in ons Bisdom. We zien een toename van gelovigen bij de vele vieringen van de Kerk, terwijl ook in alle parochies volwassenen toetreden door doop, communie en heilig Vormsel. Ook de participatie van de jeugd en jongeren aan het kerkelijke leven en de kerkelijke activiteiten neemt toe. Bijzonder is ook de grote aandacht die tegenwoordig weer uitgaat van de pastores naar de katholieke scholen die tot hun parochie behoren.

Dankbaar mogen we zijn voor hetgeen ook weer in het afgelopen jaar bereikt is om het patrimonium in stand te houden. Zichtbaar is dit geworden in het herstel en de restauratie van zovele kerken, scholen, parochiezalen en gebouwen die aan het Bisdom toebehoren. Veel dank is verschuldigd aan zovele donoren die hebben bijgedragen voor al die herstelwerkzaamheden. Het Bisdom is in staat geweest om een start te maken met de restauratie van de kathedraal welke exemplarisch mag zijn voor de wil om tot volledig herstel te komen en op zakelijke wijze dit patrimonium te beheren. Hiertoe zijn ook grote vorderingen gemaakt op het financieel administratieve vlak waardoor in het achter ons liggende jaar de jaarrekeningen van 2004, 2005 en 2006 konden worden samengesteld, en waarbij in de jaarrekening van 2006 een consolidatie tot stand kwam met de resultaten van de Dienst voor Management en Administratie, de Dienst voor Geloof, Cultuur en Communicatie, het Heilig Verbond, Ons Erf en Asewa’otono. De afdeling van het Bisschoppelijk Bureau voor Onroerendgoed en Bouwzaken heeft haar bestaansrecht bewezen. Dit mag nu ook reeds gezegd worden van de jongste telg van de bisdomafdelingen: het Projectenbureau welke in juni van 2007 van start ging.


Vanuit de Dienst voor Geloof, Cultuur en Communicatie zijn in het afgelopen jaar ook vele impulsen uitgegaan en is de groei merkbaar in de verrichte activiteiten. Merkbaar is de behoefte aan coordinatoren voor de diaconie, het jeugdpastoraat en de communicatie.
Dit betekent extra personele inzet met alle bijkomende kosten en nieuwe projectmatige inspanningen.

Overigens wordt onze kerkgemeenschap in Suriname gedragen door vele tientallen, zo niet hondertallen vrijwillige werkers, die zich inzetten op allerlei terreinen van het kerkewerk. Deze vrijwillige medewerkers geven blijk van hun deel zijn van de kerk. Zij laten zien dat kerklid–zijn niet een kwestie is van deelname aan de liturgische vieringen, maar juist in het delen van talenten, tijd en ook van wat zij hebben, hun bezit. We zijn dankbaar om hen, we zijn dankbaar om u.
Dit bewustzijn, dat wij als gelovige gemeenschap met zijn allen verantwoordelijk zijn voor het beheer en uitvoeren van kerkelijke zaken is groeiende. Dit bewustzijn moet ook steeds meer blijken uit de mogelijkheden die we elkaar bieden om ook alles in stand te houden en de werken te verrichten die nodig zijn. Met zijn allen zijn wij de hoeders en behoeders van de kerk hier in Suriname. Een ander woord voor behoeden is stewardship. God heeft ons de talenten, de tijd en de aardse goederen als ons bezit toevertrouwd, maar het is niet ons eigendom, het blijft van God, wij mogen ze beheren. Aan ons de taak om deze talenten, tijd en bezit op een juiste wijze te gebruiken door onze stewardship.

We achten daarom nu de tijd rijp om een program te initieren om de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid van alle kerkleden in ons Bisdom voor onze plaatselijke kerk met haar materiële en immateriële zorgen te vergroten.
We doen daarom een beroep op iedereen, zonder uitzondering te delen in talent, tijd en bezit.
Dit vraagt van u, die al tijd en talent inzet en vaak ook al in financiële zin deelneemt aan activiteiten van de individuele parochies en het bisdom, om anderen te bemoedigen en aan te sporen tot volledige deelname.
Het is daarom met groot genoegen dat ik hierbij het startsein mag geven van het Stewardship– programma middels het uitreiken van de stewardshipfolder met daarin het inschrijfstrookje dat u nu reeds kunt invullen en deponeren in de daarvoor bestemde doos.

Op 24 augustus 2007 was de opening van ons Jubileumjaar: 50 jaar Bisdom Paramaribo, onder het motto: Opo Yu Ati. Met dankbaarheid kijken wij terug op die dag waarop Romanus Ebonye tot priester werd gewijd voor ons Bisdom. Mogen wij in dit jaar 2008 verder toegroeien weer naar een nieuwe 24e augustus.
Er staat veel te gebeuren in ons Bisdom, de uitdagingen zijn groot. Daarom bent u allen nodig. We zullen de teleurstellingen die er waren moeten overwinnen, en dit kan wanneer wij solidair en loyaal zijn aan elkaar, ook al zullen er mogelijkerwijs verschillen van mening en inzichten zijn en blijven, wat ook verrijkend en zuiverend kan werken.
We kijken met dankbaarheid terug en we kijken vol hoop en vertrouwen vooruit.
Samen zijn wij Kerk.
Mag ik u allen een gezegend en vreugdevol, gelukkig en gezond 2008 toewensen onder de zegen van onze Heer en onder ons motto: Opo Yu Ati.
Ik dank u.