|
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
Door het besluit van Rome waardoor de kerk in Suriname een zelfstandig onderdeel van de katholieke kerk was geworden, werd het Bisdom Paramaribo toen een van de 1.600 bisdommen op dat moment in de rooms-katholieke kerk.
Mgr Stephanus Kuypers, werd in 1947 aangesteld tot apostolisch vicaris van Suriname en werd in 1958 de eerste bisschop van Paramaribo.
Een bisdom is een op zichzelf staand rechtsgebied van de katholieke kerk. Het wordt bestuurd door een bisschop, die door de paus is aangesteld. Tot aan 24 augustus 1958 behoorde Suriname tot de gebieden die bestuurd worden door de Congregatie tot Voortplanting van het Geloof. Dit is een van de departementen waardoor de kerk bestuurd wordt, en dit onderhavige departement bestuurt de missiegebieden. |
[Klik op foto]
|
Met de verheffing van het apostolisch vicariaat Suriname tot Bisdom Paramaribo kwam de band met die Congregatie te vervallen. Het bestuur is vanaf dat moment uitsluitend in handen van de aangestelde bisschop.
Het besluit van Rome om tot de verheffing over te gaan was op basis van de ontwikkelingen in de kerk van Suriname zelf. Het katholiek leven had zo sterk wortel geschoten onder de bevolking dat het katholieke geloof aan deze mensen ook dierbaar was geworden. De organisatie van parochies, scholen, werken van liefdadigheid, het sociaal engagement hadden een zekere vastheid gekregen en de bereidheid was er onder de katholieken om gezamenlijk voor het behoud van dit alles te werken en er voor op te komen. De verheffing tot bisdom was een bewijs dat de groei tot een eigen kerkelijk gebied met eigen kenmerken en eigen organen ver genoeg gevorderd was om niet meer in belangrijke beslissingen afhankelijk te zijn van de Congregatie tot Voortplanting van het Geloof. Het was een innerlijk groeiproces welke onder het volk tot rijpheid was gekomen.
Een belangrijk aspect van een op zichzelf staande kerk, een bisdom dus, is dat het zorg draagt voor eigen priesters. Naarmate er meer eigen priesters zijn wordt de kerk hechter gegrondvest en krijgt ze in haar uiterlijke verschijningsvorm ook een meer inheems karakter. De woorden van de apostel Paulus gelden immers ook hier: “De priester is uit het volk genomen en voor het volk aangesteld om het voor te gaan in diens betrekkingen met God.” Het katholieke leven wordt geleid door de priester. Zij dragen de eucharistie op en zijn ook de bedienaren van de andere sacramenten. Zij zijn voor de kerk verantwoordelijk voor het geestelijk leven van de aan hen toevertrouwde mensen. Een bisdom dat een op zichzelf staand deel van de kerk is zal daarom in de voorziening van priesters zoveel mogelijk voor zichzelf moeten zorgen.
Het gaat hier dan niet om louter een kwestie van nationalisme, dat er eigen priesters moeten zijn en een eigen kerkelijke leiding. De kerk van Christus is universeel, dus niet gebonden aan landsgrenzen. Toch verstaat een gezond nationalisme zich goed met het karakter van algemeenheid van de kerk. Nationalisme zit in het bloed en zal, zonder overdrijving, het geloofsleven in het land ten goede komen. Bij de vorming van bisdommen wordt met de loop van de landsgrenzen rekening gehouden. De kerk krijgt dientengevolge in verschillende landen en landstreken een eigen karakter, dat samenhangt met de leefwijze en opvattingen van het volk. Op deze wijze heeft de kerk over de hele wereld een grote verscheidenheid van uiterlijkheden, terwijl ze toch één is in de leer, de verkondiging, in de opvatting over de sacramenten, en vooral één in gebed.
Vijftig jaren geleden krijgt het Bisdom Paramaribo – oftewel de rooms-katholieke kerk in Suriname – de kans om tot eigen ontwikkeling te komen, om met zijn eigen uiterlijkheden een plaats in te nemen in de rij der bisdommen. Onze kerk zal steeds meer iets eigen van het volk krijgen, maar tegelijkertijd in de leer en bediening van de sacramenten – de erfenis van Christus – één blijven met de universele katholieke kerk.
|