Artikelindex
OMHOOG
01.08.2010
25.07.2010
18.07.2010-01
27.06.2010
20.06.2010
13.06.2010
06.06.2010
Alle pagina's

 

Redactioneel 01 augustus 2010

 

Redactioneel  Liturgische catechese:
de liturgische begroeting


Elkaar groeten in de liturgie behoort tot een van meest versleten riten in de onze hedendaagse vieringen. Ze zijn zo versleten dat men ze niet eens herkent als een begroeting. Elkaar groeten is een diep menselijke symboolhandeling. De dag kan niet goed beginnen als we elkaar in huis niet met een ‘goede morgen’ begroeten. Ieder doet het op zijn manier maar je kunt niet om de basis formule heen van ‘goede morgen’. Wie door een marrondorp loopt, hoort constant ‘un wiki no’. Je kunt niet een gesprek beginnen zonder eerst gegroet te hebben. Mensen groeten elkaar op veel verschillende manieren. Soms met een ‘hi’ of een ‘hallo’, een handdruk, een brasa, een kus. Paus Johannes Paulus kuste de aarde op het vliegveld bij zijn vele buitenlandse bezoeken. In het oude oosten waren de begroetingen heel uitgebreid en kwamen ze eigenlijk neer op een zegenwens. Jezus begroette zijn leerlingen op Paasmorgen met ‘Vrede zij met u’.

De woorden die wij in de liturgie gebruiken voor de begroeting komen uit de Bijbel zelf. Gideon wordt bij de roeping tot leider van het volk, gegroet door een engel met de woorden: ‘De Heer is met u, dappere held (rechters 6,12). In het boek Ruth groet Boaz de maaiers: ‘De Heer zij met u’, en zij groeten terug: ‘Wees gezegend door de Heer’ (Ruth 2,4). Wij kennen de groet ook in de woorden van de engel Gabriël tot Maria: ‘Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u’ (Luc.1,28). En ook de brieven van Paulus eindigen met dergelijke groeten, bijvoorbeeld in 1 Tess.3,16. Met een groet geven we aandacht aan iemand en wensen we iemand iets goeds toe en bevestigen we de relatie die we met iemand hebben.

In de liturgie van de eucharistie komt de begroeting vier keer voor, op vier cruciale momenten in de liturgie.
1: Bij het begin, als openingsgroet van de voorganger tot de verzamelde gemeenschap;
2: voor het evangelie, als moment van concentratie en bevestiging van contact;
3: bij het begin van het eucharistisch gebed, waarbij de begroeting uitge-
breid wordt met twee oproepen: ’Verheft uw hart’ en ‘brengen wij dank aan de Heer onze God’ die steeds passend beantwoord worden. En tenslotte
4: voor de slotzegen.

Alle vier keren beantwoordt het volk de groet met ‘En met uw geest’. Men kan nog een vijfde, bijzondere, groet noemen, namelijk de vredewens kort voor de communie: ‘De vrede van de Heer zij altijd met u’. Ook dan beantwoorden de gelovigen: ‘En met uw geest’. De liturgische begroeting markeert dus een aanvang en afronding van de viering en de hoogtepunten van de dienst van het Woord en de dienst van de Eucharistie. Zo zijn deze groeten de momenten waarop aandacht gevraagd wordt voor een belangrijk moment, en waardoor de band tussen voorganger en gemeenschap bevestigd wordt in het samenkomen bij de Heer, het luisteren naar zijn woord, het vieren van zijn maaltijd en het gezegend en bemoedigd uiteengaan.

Groeten is een uitdrukking van gemeenschap en saamhorigheid. We groeten onze buren, onze familieleden, onze levenspartner, onze collega’s elk op een eigen manier. Zo groeten we als voorganger en gelovigen in de liturgie elkaar met het toewensen van Gods aanwezigheid. Zo een groet kan een sleur worden, zoals ook de groeten in het alledaagse leven niet altijd een diepe betekenis hebben. Voor ons in de liturgie is het belangrijk dat wij afkomen van die sleur en elkaar van harte groeten. Om die sleur te doorbreken  moet de voorganger zelf ook creatief en expressief zijn. Hoe expressief, zal van persoon tot persoon verschillen.
(Bron: Thuiskomen in de liturgie,
Bisdom Groningen/Leeuwarden)

 

Agenda
zo 01    Achttiende zondag door het Jaar
Wereld borstvoedingweek (tot 07 aug.)
di 03    Priesterwijding pater Karel Choennie – 25 jaar

 

 

Gebedsintenties van de paus - Augustus 2010

Dat de werkelozen, de daklozen en allen die in grote nood verkeren begrip en erkenning mogen ondervinden en op concrete wijze hulp mogen verkrijgen om hun problemen op te lossen.

Dat de Kerk een ‘thuis’ moge zijn voor alle mensen en bereid is om haar poorten te openen voor al degenen die vanwege discriminatie op grond van ras of godsdienst of vanwege honger en oorlog gedwongen worden om naar andere landen te emigreren.

http://scrapetv.com/News/News%20Pages/Technology/images-2/pope-benedict.jpg

 

Vergeving
Door P. Tjon Kiem Sang

Het hoofdartikel vandaag is het eerste in een serie van drie. Het is een bewerking van een serie die verscheen in het blad ‘Catholic News’ van het Aartsbisdom Port-of-Spain. De schrijver van deze serie, Henry Charles, gaat in deze artikelen in op de verschillende dimensies van vergeving en de bijbehorende verzoening. Goede stof om in deze tijd over na te denken.


Vergeving is een ingewikkeld proces: het omvat tijd, herinnering, heelheid, gebed, geduld, nederigheid, bekentenis, erkenning. Vergeving heeft een prominente plaats in alle religieuze tradities. In het ‘Onze Vader’ worden wij aangemoedigd om dit dagelijks te doen. Het gebed van Jezus zelf, toen Hij aan het kruis hing, was: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Toen de Dalai Lama eens werd gevraagd naar het geestelijk geloofsgoed van het Tibetaans Boeddhisme, zei hij in alle eenvoud dat zijn religie er een was van barmhartigheid. Barmhartigheid en vergeving zijn twee zijden van dezelfde medaille. Toen hij verder werd ondervraagd over de Chinese invasie in Tibet, hield de Dalai Lama vast aan het vergeven van de aanvaller voor daden die zij in onwetendheid hadden uitgevoerd. Volgens een antieke vorm van vergeving, genaamd ‘tonglen’, eigende hij zich de Chinese onwetendheid en pijn toe, en zond hen zijn vergeving en geluk.

Hoe zit het dan met gerechtigheid? Vergeving werd een zeer actueel onderwerp na 11 september 2001 in de VS. Kon Amerika de terroristen ooit vergeven? Moesten zij vergeven? Wat betekent het voor een natie om vergeving te beoefenen? Is vergeving mogelijk voor genocide, voor de holocaust? Zal herstel ooit afgerond zijn, vragen de Duitsers zich af? Is een ‘waarheidscommissie’, zoals toegepast in Zuid-Afrika, een aanbevolen model voor het omgaan met geaccumuleerd kwaad, misdaad en verbittering in de geschiedenis van een natie? Hoe zit het met gerechtigheid?
Dit zijn niet de enige moeilijkheden of dilemma’s bij vergeving. Een andere is: kan ik voor iemand anders vergeven? In het boek ‘De Gebroeders Karamazov’ zegt een van de broers: “Ik wil niet dat de moeder de beul omarmt, die haar zoon door zijn honden aan stukken laat scheuren. Ze moet niet durven hem te vergeven! Laat ze hem voor zichzelf vergeven, als ze dat wil ... maar ze heeft niet het recht om het lijden van haar kind te vergeven.” Is dit waar? Kan een ouder een kindermishandelaar vergeven? Wat als het slachtoffer van de misdaad of de mishandeling dood is?

Vergeving heeft verschillende dimensies. Ten eerste is er de fundamentele kwestie van tijd. Vergeving heeft tijd nodig. Niet voor de kleine ongenoegens die wij elkaar dagelijks aandoen. Voor deze ‘kleine’ vergrijpen hoort vergeving onmiddellijk te worden gegeven als erom wordt gevraagd. Wij komen allen wel eens in een situatie te verkeren dat wij om vergeving vragen of die geven. En wat wij verwachten van anderen ooit te ontvangen zullen wijzelf hen niet onthouden.
Maar er zijn andere momenten waarbij mensen diep gekrenkt of verwond zijn. Onmiddellijke vergeving is dan niet zo eenvoudig of kant-en-klaar. Er zijn verschillende situaties uit onze herinneringen, onze eigen ervaringen, de ervaring van de geschiedenis, of van fictieve voorbeelden. Ivan Karamazov (uit hetzelfde boek) vertelt over de Kozakken die baby’s in het bijzijn van hun moeders in de lucht werpen en opvangen op hun bajonet. In de geschriften van Ho Chi Minh is er een verhaal van een Franse legerofficier die het geslachtsdeel van een Vietnamese vrouw vulde met vloeibaar rubber, omdat zij geweigerd had zichzelf te geven aan zijn hond.
Denk aan verkrachting in moderne oorlogsvoering. Verkrachting is altijd een incident bij oorlogsvoering geweest. Maar de moderne vormen hebben de VN ertoe gedwongen om het tot oorlogsmisdaad te kwalificeren. In Bosnië werden moslimvrouwen door de Serviërs verkracht en
vastgehouden totdat hun zwangerschap zichtbaar werd. Ze werden dan teruggestuurd naar hun eigen mensen om te bevallen van baby’s verwekt door de vijand. Hetzelfde gebeurde in Rwanda met de Hutu en Tutsi. In beide gevallen was verkrachting een systematische tactiek van ontaarding, en geen handeling gepleegd in de roes van oorlog.

Zou een slachtoffer van verkrachting dan haar aanrander moeten vergeven? Het antwoord is hetzelfde antwoord dat mensen die diep gekrenkt zijn, moeten geven: ja. Maar dit houdt een lang en zeer kostbaar proces in. Iemand die is verkracht, is zowel lichamelijk als geestelijk en in haar wezen geschonden. Alle drie gebieden moeten dan eerst tot een staat van genezing komen voordat vergeving een werkelijke mogelijkheid wordt. Men moet zich worstelen doorheen diepe verontwaardiging, woede, smart en ontering. Het proces vraagt tijd. Op geen enkele manier kan het tempo versneld worden waarin de pijn wordt omgezet in genezing. Er is ook helemaal geen soelaas te vinden in simpele aanbevelingen om de andere wang toe te keren. Vanuit dergelijke ervaringen zoekt het hart zijn eigen donkere, kronkelende weg naar het licht. Wij behoren de seizoenen van ons eigen innerlijk leven te respecteren, ongeacht hoe lang het duurt voordat de gebroken ‘ik’ is hersteld.

Verkrachting of misbruik zijn hierboven aangehaald om de totaliteit die vergeving vaak omvat weer te geven. Het is natuurlijk niet de enige schroeiende ervaring waarbij vergeving een kritieke rol speelt. Verraad is vergelijkbaar, evenals ontrouw en ondankbaarheid (de pijn die in de bijbel wordt omschreven als “scherper dan de tong van een slang”). Deze kunnen allen buitengewoon pijnlijk zijn. In elk van de gevallen heeft het wezen van de persoon niet zozeer het gevoel dat hem geweld is aangedaan maar eerder als te zijn vertrapt. Lichamelijke verwondingen hebben tijd nodig om te genezen. Bij niet-lichamelijke wonden duurt dat nog langer. Het is vrij nutteloos om in dergelijke omstandigheden aan de persoon te zeggen dat hij moet “vergeven en vergeten”. Als je te gemakkelijk vergeeft en vergeet is het zeer waarschijnlijk dat je niet zo bijzonder gekrenkt was. Zelfs nadat het verstrijken van de tijd zijn eigen perspectieven heeft gesmeed, kan het proces van vergeving verrassende wendingen aannemen.
Je kunt misschien vorderingen hebben gemaakt om voorbij de pijn te geraken. Je kunt je misschien zelfs de dingen herinneren zonder gevoelens van pijn of woede. Maar wanneer je er het minst op voorbereid bent, kan iets plotseling een herinnering opwekken, oude gevoelens keren terug, gevoelens waarvan je dacht dat je ze ver achter je had gelaten, en je bent precies terug bij af. Wat dit zegt, is dat vergeving niet altijd helemaal voltooid is, maar iets dat steeds opnieuw moet worden gedaan. Jezus zei eens dat wij zeventig maal zeven keer moeten vergeven. Dat verwijst niet noodzakerlijkerwijs naar de vergeving van zeventig vergrijpen, maar naar één enkel vergrijp die zeventig maal zeven keer moet worden vergeven.

Als het gaat om vergeten is het niet een kwestie van wel of niet vergeten, maar veeleer een zaak van hoe wij op het punt geraken waarbij wij ons de dingen kunnen herinneren zonder verbittering of wrok. Dit is zeker niet geheel en al een kwestie van de wil alleen. Het is het resultaat van gebed en verlangen, het resultaat van genade. De mogelijkheid van een dergelijke genade kan echter onmogelijk bestaan als wij vasthouden aan onze pijn en die koesteren, alsof het een schat was waar wij geen afstand van kunnen doen. Soms worden wij zo in beslag genomen door de illusie dat de verwonding levend wordt gehouden door de herinnering, dus mag niemand het vergeten en zal de verantwoordelijke persoon er niet onderuit komen. Maar dit is slechts een manier om genoegen te nemen met hardheid van het hart. Hoe kunnen wij zo een innerlijke onverzoenlijkheid loslaten? Het harde schild wordt vaak gebroken door het leven zelf. Het is voor ons vaak een schokkende ontgoocheling wanneer wij een dierbaar iemand verliezen, of wanneer wij worden getroffen door een levensbedreigende ziekte. Dan realiseren wij ons hoe marginaal veel van onze zorgen zijn, en hoe belangrijk sommige dingen zijn die wij onafgemaakt laten liggen.
Vergeving mag ook niet vóór zijn tijd worden gegeven. Noch zou het opzettelijk mogen worden uitgesteld. Maar het is belangrijker om te wachten totdat het in alle oprechtheid kan worden gedaan, dan het te doen terwijl men nog worstelt met pijn of woede. Tot dan kunnen wij slechts bidden om in staat te zijn te kunnen vergeven, een zielshouding die de eigen ‘ik’ nijgt in de richting van vergeving. Als je vergeeft en het niet meent, is het mogelijk dat je de persoon die jij beweert te vergeven stilletjes haat of veracht.
Degene die vergeeft begrijpt vergeving vanuit de binnenkant op een manier waarop degene die vergeven wordt dat niet begrijpt. Laatstgenoemde zal nooit precies weten wat de gevolgen waren van hetgeen gedaan is. In dit licht bekeken is het gebed van Jezus letterlijk waar: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen.”

De toestand onvergevingsgezindheid, het onvermogen om wrok los te laten, is tegenwoordig zo wijdverspreid in de schade die het aanricht, dat men in de psychotherapie vergeving thans beschouwt als iets dat onontbeerlijk is voor goede geestelijke gezondheid. Onvergevingsgezindheid maakt innerlijke vrede onmogelijk. Het brengt zelfs de lichamelijke gezondheid in gevaar. Medische onderzoeken hebben aangetoond dat hart- en vaatziekten en longkwalen vaak gerelateerd zijn aan het weigeren om wrok los te laten. Vandaar dat psychotherapeuten vergeving aanbevelen in het belang van het welzijn van de betrokken persoon zelf. Christenen hebben hiervoor meer geestelijke beweegredenen – of behoren die te hebben.

 

 

Kathedrale Koorschool een aparte basisschool
Met ingang van het nieuwe schooljaar is de Kathedrale Koorschool een aparte basisschool. De kinderen volgen hier de gewone lessen van het basisonderwijs. Daarnaast krijgen ze dagelijks een uur zangles en muziektheorie.
Zowel de gewone lessen als de muzieklessen zijn van bijzonder hoog niveau.
Hierdoor kunnen de kinderen hun talenten volledig ontplooien. Dat geeft ze op latere leeftijd grotere kansen in
hun maatschappelijke carrière.  Daarnaast vormen zij het kathedrale jeugdkoor. Ze zijn in staat de mooiste muziek te zingen.

In Europa en de Verenigde Staten doen duizenden kinderen jaarlijks toelating voor een koorschool zoals deze. Het Bisdom en het RKBO zijn trots op hun eigen Kathedrale Koorschool die van grote betekenis voor Suriname en haar kinderen is.
De Koorschool is een dependance van de Elisabeth-I met een eigen coördinator en een speciaal geselecteerd team van leerkrachten. Om toegelaten te worden moeten kinderen een stemtest doen. Deze stemtesten vinden plaats van 2-7 augustus in Ons Erf.

Ouders kunnen hun kinderen hiervoor opgeven bij de eigen basisschool of rechtstreeks bellen met Ons Erf,
tel: 425368.

 

 

De moeder die het allemaal mogelijk maakte.....

.. en ook stevig heeft mee-geleden

Je neemt haar als gewone gelovige vaak voor lief, Maria, de moeder van Jezus, maar is dat wel correct, dat voor lief nemen. Natuurlijk heeft ze in de schaduw van haar grote Zoon geleefd, zowel in het echt als in de boeken. Maar al vanaf het begin was moeder Maria, zoals wij katholieken haar het liefst noemen, bereid een offer te brengen waarvan jij je afvraagt of ze wel de reikwijdte al vanaf het begin begreep. Voor een jonge vrouw uit die tijd, zelfs een hele vrome en gelovige jonge vrouw, was het niet niks, bezoek te krijgen van een engel met een verzoek of je de moeder wilde worden van de Messias, waarvan in de schriften al gewag was gemaakt. En waarvan Maria ongetwijfeld ook op de hoogte moet zijn geweest.
“Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jacob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.” Je bent alleen thuis en je krijgt dit op je bord! Maar Maria aarzelt niet. Vraagt ook geen bedenktijd, wat heel normaal zou zijn geweest voor een 16- of 17-jarige, ook in deze tijd! Ze spreekt ook niet tegen, heeft geen bedenkingen zoals Mozes eens, heel lang geleden. Deze jonge Jodin begrijpt wat er van haar gevraagd wordt en zegt ja. “De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.” Zij moet ook hebben geweten dat ze door haar Heer niet in de steek zou worden gelaten. God vraagt nooit een offer van ons dat onze krachten te boven gaat, nooit. Dus ja, ik ben bereid, doe maar! Een Godsvertrouwen en een geloof waar wij ook vandaag nog veel van kunnen leren. Een blindelings varen op het kompas van onze Heer!

En dan komt na zijn jongensjaren en zijn puberteit en al die jaren dat de jonge Nazoreeër gelukkig kon zijn met zijn vader en moeder, de dag dat hij de openbaarheid opzoekt. Hij begint met een wonder waarvoor z’n eigen moeder hem wist te ‘strikken’. Ze moet, toen al, hebben geweten van zijn bovennatuurlijke krachten, van zijn werkelijke afstamming. Op de bruiloft van Kana zegt ze aan de mensen in de keuken, die tegen de lege wijnvaten aan zaten te kijken: “Doe wat Hij jullie zeggen zal.” En dan komt zijn ‘protest’: “Mama, je bemoeit je eigenlijk met zaken die buiten je om liggen. Je zet me hier even voor het blok. Mijn tijd is eigenlijk nog niet gekomen!” Een protest, maar nooit en te nimmer zou hij zijn moeder laten vallen, dus hij verricht daar, ter plekke, zijn eerste wonder: zes grote kruiken van 40 liter wijn. Wijn van een kwaliteit waar ze even van stonden te kijken, de ceremoniemeester en het echtpaar!

Maar ook ‘t wrede en onmenselijke maakte ze mee, van dichtbij, het zwaard dat haar hart zou doorboren.
Haar Jezus, die in de bloei van zijn leven, voor een nep hof kwam en door een laffe landvoogd werd veroordeeld. Eerst de beestachtige marteling door geseling en dan het kruis, waaraan toen gespuis werd opgehangen. Het zal je zoon maar wezen, die daar - ten onrechte nota bene! - als een boef moet sterven. Een moeder, die als enige vrouw onder het kruis stond, samen met de jonge Johannes, haar zoon bijstaand in zijn stervensuur. Die pijn en dat verdriet zijn met geen pen te beschrijven.

De Kerk kon niet om haar heen, Moeder Maria, die niet aan de dood werd prijsgegeven, maar als dappere en vrome vrouw en moeder ten hemel werd opgenomen.

Bij ons is augustus de maand waarin wij haar heel speciaal gedenken. En op 15 augustus is er zelfs een speciale processie, gewijd aan haar ten hemel opneming. Deze processie begint om vijf uur ’s middags in de St. Bonifaciuskerk. Er wordt in processie gelopen naar de St. Rosakerk, waar een plechtige eucharistieviering zal zijn, ter ere van deze reuzin van onze kerk. Zorg dat u erbij bent!
Maria bracht het offer ook voor u!

Henry Bettencourt

 

 

In memoriam

zr. M. BOUDINA (Emma Maria) NIJHOLT

van de Zusters van Liefde van Tilburg. Zij werd geboren op 5 september 1922 te Meppel en is ingetreden in de Congregatie van de Zusters van Liefde van Tilburg op 1 mei 1944.

Zuster Boudina kwam uit een gezin met zeven kinderen. Het geloof speelde een grote rol in het gezin. Drie van de kinderen Nijholt kozen voor een religieus leven. Zuster Boudina wilde graag naar de Zusters van Liefde waar zij al mee vertrouwd was door haar werk in het ziekenhuis in Groningen. In de oorlogstijd kwam zuster Boudina naar Tilburg. In het novinciaat kreeg zij een grote klap te verwerken, toen het bericht kwam dat haar vader gefusilleerd was na een verzetsdaad. Het beeld van haar vader droeg zij haar hele leven met zich mee.

De vorige maand en wel op 16 juni 2010, is zr. Boudina komen te overlijden in Huize Mater Misercordiae te Tilburg Nederland. De viering ten afscheid is gehouden op 21 juni j.l in de kloosterkapel aldaar. Zr. Boudina is bijna 88 jaar geworden.
‘De begrafenis van tante Emma vond ik waardig en erg indrukwekkend’, zo drukte haar nicht Ineke zich uit. Er waren mooie bloemstukken van de familie, maar ook namens Suriname van medezusters, vrienden en kennissen, bestuur-directie en personeel van het St. Vincentius ziekenhuis. De jaren 1959 tot 1980 bracht zr. Boudina door in Suriname als Missie- en regionale Overste, als medezusters, econome, als Zuster van Liefde van O.L.Vrouw Moeder van Barmhartigheid.
De laatste jaren van haar leven brachten opnieuw moeilijke momenten. Het werd stiller om haar heen toen al haar zussen en broers overleden waren. Het was moeilijk dat ze niet goed meer kon praten. Maar zuster Boudina bleef vriendelijk en kon nog zo genieten van een gezellig samen zijn.

Zr. Lidewijde had het geluk, dat zij nog in Nederland verbleef en in de gelegenheid was om de uitvaart mee te kunnen maken en ook tijdens de dienst iets te mogen zeggen. De inhoud daarvan luidde ongeveer als volgt:

‘Zuster Boudina, je hebt je einddoel – je levensdoel bereikt. De Heer heeft je tot Zich geroepen en dat geluk duurt EEUWIG!
Namens vele Surinamers en je vele medezusters, die samen met jou hebben geleefd en gewerkt in Suriname als Zuster van Liefde, maar ook die van voor en na die periode, danken wij jou voor je volledige, energieke en bewogen inzet op vele terreinen!
Je hebt vol liefde en trouw gewoekerd met al je krachten en talenten voor het welzijn van de zusters van de Regio Suriname en daardoor en samen met hen voor het welzijn van het Surinaams volk.
Voor de melaatsen en ex-melaatsen, het St. Vincentius ziekenhuis, het internaat Rajpur/Ranipur voor Hindostaanse kinderen, het Bejaardencentrum Majella, de kraamkliniek ‘Santo Boma, de werkzaamheden zowel in de stad Paramaribo als in het binnenland op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs.

Het zware ongeluk wat je overkwam in de jaren zeventig, maar wat je wonderwel mocht overleven, was een zware klap. Het tastte echter niet je wilskracht aan, je inzet en doortastendheid. Integendeel!!!
Je familie toonde zich ook zeer betrokken en begaan met noodgevallen en situaties waar dringend hulp gewenst was. Zij reageerden daarop met praktische hulp ter plaatse en het sturen van pakketten met hulpgoederen. Tot lang na je vertrek zijn er regelmatig pakketten van de familie binnen blijven komen.

En jij bleef ook die laatste twintig jaar sterk verbonden met Suriname en de mensen die je dierbaar bleven. Maar ook heb je mogen ervaren, evenals wij allen, hoeveel je hebt mogen terugontvangen van je mensen aan liefde, zorg, geloof en vertrouwen.
Zr. Boudina, jouw aardse taak is volbracht. Leef gelukkig voort bij je Heer!

Zrs. van Liefde in Suriname

Op 5 september- de geboortedag van zuster Boudina – zal een herdenkingsdienst gehouden worden. Plaats en tijd worden nog nader bekend gemaakt.

 

 

 

Uitstapje met catechese kinderen Paramaribo Noord naar de Paramaribo Zoo


Het was overweldigend! We kregen hulp van alle kanten

Ruim 175 kinderen van de eerstejaars, tweedejaars en derdejaars catechese hebben zich aangemeld op zaterdagmorgen 17 juli. Reeds om half negen stonden al een paar kinderen met hun ouders te wachten voor de poort van de dierentuin.
Een bus met kinderen en leidsters van Geyersvlijt en Blauwgrond kwam aan. Auto’s met kinderen van Morgenstond en Clevia. De kinderen die hun Eerste Heilige Communie hebben gedaan, kregen een geel lintje en de rest kreeg een rood lintje, als herkenningsteken, dat ze bij ons horen. Want er waren ook andere kinderen die de zoo bezochten. Het was een heel grote familie met 21 leidsters. Een pluimpje voor de kinderen, ze hebben zich keurig gedragen, heel gedisciplineerd.
Een fluitje van juf Soeki was al voldoende om ze bij elkaar te krijgen. En aan snoep en lekkernij was er niets tekort. Zoveel mensen hadden iets gesponsord.

Op het einde werd alle vuil netjes in een container gedaan. Om precies 13.00u. werden de kinderen gehaald. Kinderen, jullie waren geweldig hoor. Het was een geslaagde morgen.
Ook u Pater Gerard. Bedankt voor alle hulp. Ook aan de vele sponsoren die het mogelijk maakten dat wij de kinderen echt konden verwennen.
Ingrid Karg


Hierbij de reacties van enkele kinderen:

Hi, jongens en meisjes, lezers van Omhoog. Wij, de kinderen van de parochiecatechese van Noord, hebben een mooie trip gemaakt naar de dierentuin. Het was echt gezellig. Wij hebben gezien hoe schoon de dierentuin onderhouden wordt. Echt om trots op te zijn. De mooiste dieren vonden wij de toekans, de tijgers, de raven en de slangen en ook de krokodillen. Ook in de speeltuin was het echt leuk. Wij vonden het een zeer gezellige ochtend.
Oyentha, Saragail en Naisha.

De dierentuin is echt leuk. Hij wordt steeds weer groter en mooier. De moeite waard om er een bezoek te brengen. Ook samen met alle kinderen te spelen was erg leuk. De meeste aandacht kreeg de watradagu. Maar het meeste plezier hadden wij bij het voeren van de ezel, en dan natuurlijk de apen niet vergeten die los rondliepen en in de bomen klommen. Echt mooi! Echt, wij hebben een leuke dag gehad met alle kinderen van parochiecatechese van Paramaribo Noord.

Saville, Wayn, Yvandro en War

 

 

Liturgische kalender
Maandag 2 augustus
Jer. 28, 1-7
Mt. 14, 13-21

Dinsdag 3 augustus
Jer. 30, 1-2 + 12-22
Mt. 14, 22-36

Woensdag 4 augustus
H. Johannes Maria Vianney, (Pastoor van Ars) priester
Jer. 31, 1-7
Mt. 15, 21-28

Donderdag 5 augustus
Jer. 31, 31-34
Mt. 16, 13-23

Vrijdag 6 augustus
Gedaanteverwisseling van de Heer
Dan. 7, 9-10, 13-14
Lc. 9, 28b-36
Zaterdag 7 augustus
Hab. 1, 12- 2,4
Mt. 17, 14-20
Zondag 8 augustus
Negentiende zondag door het Jaar
Wijsheid. 18, 6-9
Heb. 11, 1-2 + 8-19
Lc. 12, 32-40 (C)

 

 

Wij lezen op de zondag
Lezing
Uit het boek Pred. 1, 2 + 2, 21-23


IJl en ijdel, zegt Prediker, ijl en ijdel, alles is ijdel. Wat heeft de mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon? Want als iemand door zijn kennis en wijsheid moeizaam iets gepresteerd heeft, moet hij het toch overlaten aan een ander, die er niets voor gedaan heeft. Ook dat is ijdel, onzinnig. Wat heeft een mens dan aan zijn harde werken, aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? Zijn leven is één lijdensweg, zijn werk een bron van ellende. Zelfs ‘s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is ijdel.


Lezing
Uit de brief aan Kol. 3, 1-5 + 9-11


Als u nu met Christus ten leven bent gewekt, zoek dan ook wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God. Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse. U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid. Maak de aardse praktijken dood: ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, kwade begeerte en de hebzucht, die gelijk staat met afgoderij. En vertel elkaar geen leugens meer. Trek de oude mens met zijn gedragingen uit, bekleed u met de nieuwe mens, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper. Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar, Skyth, slaaf, vrije mens. Maar alles in allen is Christus.
Lezing
Uit het evangelie volgens Lc. 12, 13-21 (C)


Iemand uit de menigte zei tegen Hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.’ Hij zei tegen hem: ‘Wie heeft mij als scheidsrechter tussen u beiden aangesteld?’ Hij zei tegen hen: ‘Pas op voor iedere vorm van hebzucht! Ook al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet.’ Hij vertelde hun een gelijkenis: `Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht. Hij dacht bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.” “Dit ga ik doen,” dacht hij, “ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen; dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan, en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit. Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.” Maar God zei tegen hem: “Jij dwaas, nog deze nacht wordt jouw leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?” ‘Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.’

 

 

zondWat is belangrijker? De verbondenheid met mensen en God, of die met materiële dingen?...

Achttiende zondag door het jaar - 01 augustus

Als een rode draad loopt door het boek Prediker de gedachte dat alles ijdel is. Wanneer het boek precies geschreven is, en door wie, is niet duidelijk. Exegeten schatten, op grond van gegevens uit de tekst, dat het zo’n tweehonderd jaar voor Christus geschreven zal zijn, en wel door iemand die zich Kohelet noemt. Dat is waarschijnlijk iemand die het volk onderricht. Veel om het boek heen is dus onduidelijk. Zo niet de grote gedachtegang van het boek: alles is ijdel. Dat wil zeggen: alles gaat voorbij, en je vraagt je af waar het eigenlijk toe leidt. Bovendien is er op de wereld nog grove onrechtvaardigheid. Ook daar zul je mee moeten leven. Deze lezing is gekozen omdat hij enigszins aansluit op de lezing van het evangelie. Daar gaat het erom dat je niet zozeer uit moet zijn op het verzamelen van aardse goederen, maar je meer zou moeten richten op rijkdom die voor God stand houdt. Dit verhaal wil niet ingaan op het feit dat mensen zich goederen moeten verzamelen om te kunnen leven. Het gaat wel over de afweging die je maakt tussen het opbouwen van materiële rijkdom en je verbondenheid met mensen en God.

Iemands broer zou de erfenis met hem moeten delen. Daar begint het verhaal mee. Wat speelt hier? Het is alsof Jezus daar helemaal niet op ingaat, niet op wil ingaan. Hij zegt dat hij geen rechter of verdeler is. Toch waren joodse rabbi’s dat vaak wel. Jezus wijst dit, wat hem betreft, resoluut van de hand. Lucas vertelt ons keer op keer in zijn evangelie en in de Handelingen dat Jezus het over het rijk Gods heeft, en dat het hem erom gaat dat mensen nu al de keuze kunnen maken in dat rijk te leven. In dat rijk gaat het om de goede onderlinge verstandhoudingen. Zoals God zich tot ons verhoudt, zo zouden wij ons tot elkaar moeten verhouden. (zie ook de rode draad bij de zestiende zondag door het Jaar).
Maakt Jezus de broer uit ons verhaal er niet op attent dat hij er eens goed over moet nadenken wat nu het belangrijkste voor hem is: een gedeelte van de erfenis van zijn vader of de goede band met zijn broer? De erfenis kan zomaar in één nacht verdwijnen. Maar dan nog, en dan nog meer, ben je op elkaar aangewezen. Verbondenheid met elkaar is de afspiegeling van de verbondenheid van de Ene met ons.

Wat blijft er op onze aarde eigenlijk van een mens na diens dood? Dit is een vraag die ieder van ons zich van tijd tot tijd stelt, lijkt me. De echte verbondenheid die je bevorderd hebt, gaat na je dood door onder mensen. Dit kan van zeer grote en vérstrekkende invloed zijn. Verbondenheid met de natuur, het heelal, mensen om je heen, idealen, je geloof, verbondenheid met de Ene.