Artikelindex
OMHOOG
15aug2010
08 augstus 2010
01.08.2010
25.07.2010
Alle pagina's

 

Redactioneel 08 augustus

 

Liturgische catechese: De schuldbelijdenis

We zijn nog steeds bezig met de openingsritus van de eucharistieviering, waarin de schuldbelijdenis ook een heel bepaalde plaats en functie heeft. De functie moet vooral gezien worden in het licht van verwelkoming en de opening van de viering. De voorganger heeft hier een keuzevrijheid en kan uit verschillende formules kiezen. In vieringen met kinderen zal men uiteraard een schuldbelijdenis kiezen die afgestemd is op kinderen. Er zijn zoveel verschillende schuldbelijdenissen en soms kun je de vraag stellen of ze nog wel rooms–katholiek zijn. De klassieke opvatting van de kerk is dat de mens door God goed geschapen is maar dat hij door de erfzonde afwijkt van het goede; desalniettemin blijft de mens goed en komt hij door het doopsel opnieuw in een staat van genade. In de protestantse traditie, en dit komt het meest tot uiting in de wijze waarop men bijvoorbeeld in de volle–evangeliekerken bidt, gaat men er van uit dat de mens door en door slecht en dat hij tot niets goeds in staat is. Het verschil tussen de katholieke en protestante opvatting over zonden en vergeving wordt het best uitgedrukt in het beeld van de ‘kattenmoraal’ en een ‘apenmoraal’. Een moeder kat neemt haar jong in de nek en sleept het naar veiligheid. De jonge kat hoeft helemaal niets te doen en bungelt maar hulpeloos terwijl het in veiligheid wordt gebracht. Bij de ‘apenmoraal’ houdt de jonge baby aap zich krachtig vast aan de nek van zijn moeder die dan van boom tot boom slingert om haar jong in veiligheid te brengen. Dat laatste komt meer in overeenstemming van de katholieke opvatting van zonde en manier waarop wij gered worden. Wij worden door God gered maar we moeten actief daarin participeren door tenminste ons aan hem vast te klampen. Het is dus niet de bedoeling van de rite van de schuldbelijdenis dat we elkaar de zonde nog eens extra onder de neus wrijven en instampen. Schuldbelijdenissen die dat doen gaan voorbij aan de bedoelingen van deze rite. Allereerst is het tegen de psychologische bedoeling: je komt de kerk binnen en je wilt rond de Heer bijeenkomen en onmiddellijk slaat iemand je al om de oren. De schuldbelijdenis is geen biecht of boeteviering. Het accent ligt niet op de zonde van de mens maar op de oneindige barmhartigheid van God. Dit is ook de reden dat men bij een huwelijksviering deze openingsritus mag vereenvoudigen of zelfs weglaten. Schuldbelijdenissen mogen niet moraliserend zijn omdat het ook tegen de bedoeling van het evangelie gaat. We bekeren ons niet door een schuldbewust gezicht te trekken noch door wroeging omdat we het ideaalbeeld dat we van ons zelf hebben, niet hebben gehaald. De verzoening wordt gebracht door het Woord van God, door het luisteren en het verwijlen bij Hem. Gods Woord toont me mijn zonden en tegelijkertijd zie je hier al het sacrament van verzoening oplichten. Het gaat hier dus minder om een gewetensonderzoek dan om een globaal bewust worden van onze situatie voor God die liefde is, de Heilige, de geheel Andere! Het gaat om onze nood aan verlossing. We zijn een volk van zondaars die gered zijn. De schuldbelijdenis heeft een belangrijke pastorale betekenis maar we mogen niet overdrijven. Na de schuldbelijdenis komt het ‘Kyrie eleison’, een gezang dat een acclamatie is van de gelovigen die zich tot God wenden en zijn barmhartigheid afsmeken. De Griekse uitdrukking betekent: “Heer (de verrezen Christus), ontferm U.” We kunnen ons haast niet voorstellen hoe rijk God is aan mededogen en ontferming. De ritus probeert dus precies dat te doen dat de mens zich bewust wordt van de eeuwige en oneindige goddelijke barmhartigheid. Het erkennen van eigen onvolkomenheden is een begin van verandering in ons leven. Het belijden van schuldigheid maakt ons geschikt om de heilige geheimen te vieren, om vergeving te aanvaarden en in Christus tot levensvernieuwing te komen.

 

 

Priester in deze tijd.....

Door: P. Tjon Kiem Sang

Afgelopen woensdag 04 augustus was het precies 25 jaar geleden dat pater Karel Choennie tot priester voor ons bisdom werd gewijd. In een speciale viering op woensdag heeft Karel deze bijzondere mijlpaal dan ook gevierd samen met zijn priestercollega’s en een volle kerk gelovigen. Bij zijn wijding in 1985 verscheen er een artikel speciaal toegewijd aan het priesterschap in onze tijd. De inhoud van dit artikel is vandaag, 25 jaar later, nog heel actueel, vooral als we letten op de huidige situatie m.b.t. het priesterbestand in ons bisdom.


Leken naast priesters
De uitdaging van steeds minder priesters in ons midden wordt al geruime tijd beantwoord vanuit de geloofsgemeenschap zelf met een steeds groeiend aantal leken dat zich inzet voor de kerk en heel veel taken van de priester overneemt. Hoewel dit een heel goede ontwikkeling is binnen onze kerkgemeenschap is het helaas geen oplossing voor het tekort aan priesters. Priesters zijn en blijven een onderdeel van onze kerk, waar het gewijde ambt – een van de zeven sacramenten – een heel eigen plaats heeft. De noodzaak van meer priesters wordt daarom des te dringender voor de komende jaren wanneer meerdere priesters hun actieve pastoraat zullen moeten inperken of stoppen, gewoon vanwege de leeftijd.

Eigen roepingen
Op de een of andere manier zullen wij moeten voorzien in priesters voor ons bisdom. De mogelijkheid van priesters uit het buitenland is een optie. In de afgelopen jaren is dit ook gebeurd met de komst van de paters Redemptoristen uit Brazilië, waaronder de paters Dennis, Vergilio, Brendan en Ronaldo; pater Romanus uit Nigeria; en zeer recentelijk pater Alfons Baak uit Curaçao. Priesters uit het buitenland die graag hun roeping beantwoorden door in ons land te werken zijn natuurlijk zeer welkom. Maar uiteindelijk zal de toekomst van onze kerk toch liggen in de mate waarop wij in het priesterbestand kunnen voorzien met wijdingen van eigen bodem. En om wijdingen te hebben zullen we roepingen tot het priesterschap serieus moeten opwekken en cultiveren.



Bewuste keuze
Het priesterschap als keuze voor het leven moet jongemannen van onze tijd aanspreken op een manier dat hen bewust ervoor doet kiezen. Een van de zaken die daarbij een rol speelt is de identiteit van de priester zelf. Wat betekent het om heden ten dage priester te zijn? Het artikel in de Omhoog van 4 augustus 1985, waar in de inleiding naar verwezen wordt, zegt het volgende over het priester–zijn in onze kerk.

Wat doet de priester?
“Veel mensen kijken op de eerste plaats naar wat een priester doet. Ze zien dan een man die zich bezighoudt met verkondiging en catechese, met sacramentenbediening, individueel pastoraal en gemeenschapopbouw. Maar je zou kunnen stellen dat dit taken zijn van alle gelovigen, de gehele gemeenschap. Als je de priester probeert te omschrijven naar wat hij doet, dan kom je terecht bij de sociale werker, de vormingswerker, de jeugdleider en wat al niet. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij een soort taxichauffeur is die de mensen op het laatste nippertje naar de hemelpoort rijdt. Doen of zijn. Niet wat een priester al of niet noodgedwongen allemaal doet, maar wat hij moet zijn.

Profeet, ziener en verteller
Een priester moet op de eerste een profeet zijn. Hij moet kunnen ingaan op de fundamentele vragen van het menselijk bestaan. Zich daar niet van afmaken met pasklare antwoorden, maar samen met de mensen een antwoord kunnen zoeken en daarbij richting kunnen geven. Dat veronderstelt dat de priester heel sterk meeleeft met de noden van mens en wereld, met hun vragen en verwachtingen, met hun problemen en toekomstverwachtingen. Het veronderstelt ook dat hij heel sterk doordrongen is van de bijbel, het Woord Gods.
De priester moet iets hebben van een ziener. Denk hierbij wat de bijbel zegt over het ‘zien’ van de blinden en de apostelen. Dit bijbelse ‘zien’ moet hij niet alleen bij anderen proberen te bereiken maar allereerst ook bij zichzelf. Hij moet zelf een gelovige leerschool hebben doorgemaakt, en een diepgelovig man zijn geworden. Hij zal hierbij ook zo doordrongen zijn van de bijbel dat hij van daaruit de mensen hun eigen situatie kan laten zien.
Daarom moet de priester ook iets hebben van een verteller. Het geloof doorgeven, verduidelijken, zichtbaar maken in woord, niet met geleerde dogmatische betogen of geweldige uiteenzettingen, maar verstaanbaar voor jong en oud. De naam van God, het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus moeten door zijn woord telkens weer opgeroepen worden en doorgegeven aan de wereld.

De vakbekwame verbindingsmand
De priester is ook een soort verbindingsman. Gelovigen bij elkaar brengen en bemoedigen. Zijn woord zal de gelovigen ook verbinden met God zelf. Daar zal hij telkens nieuwe woorden en nieuwe wegen voor moeten vinden. Het evangelie door hem gebracht zal aanstekelijk moeten kunnen werken. De priester zal ook een vakbekwaam man moeten zijn. Hij zal terzake deskundig moeten zijn om het evangelie goed te kunnen brengen aan de mensen van deze tijd. Verkondiging, catechese, liturgie, maar ook gesprekstechniek en groepsdynamica vragen allemaal een bepaalde bekwaamheid die de priester zeer serieus moet nemen, wil hij vruchtbaar en goed kunnen priester zijn.

Een man Gods
Er is zoveel te zeggen over het priester zijn. Je kunt nog noemen man van gebed, man van de Kerk en zovele andere woorden om hem aan te duiden. Iedereen kan zelfs een bepaalde voorkeur hebben en graag zien dat dit of dat aspect van het priester–zijn in de priesters die hij kent de overhand heeft. Behalve persoonlijke voorkeuren en allerlei menselijkheden die maken dat men meer van de ene priester houdt dan van de ander, moeten we toch voor ogen blijven houden hoe alle priesters ergens een man Gods zijn in ons midden. De gemeenschap van gelovigen heeft echter recht op goede priesters. Dat mag echter niet alleen de hoofdpijn zijn van de bisschop of van degenen die de priesteropleidingen verzorgen, ook is het niet alleen een zware plicht voor de kandidaatpriester zelf, maar het moet de zorg zijn van heel de gemeenschap die door gebed en offer zowel de kandidaat als de priester in de gemeenschap moet begeleiden en ondersteunen.”

 

Agenda

zo 08    Negentiende zondag door het Jaar
ma 09    Wereld Inheemsendag
Oprichting Petrus Donders stichting
wo 11    Oprichting Kennedy stichting
do 12    Internationale dag van de jeugd
vr 13    Apostolisch Vicariaat toevertrouwd aan de Redemptoristen
za 14    Priesterwijding Mgr. Aloysius Zichem – 50 jaar

 

 

Frater LAURENTI VERHOEVEN - 50 jaar in Suriname
Frater Laurenti was nog betrekkelijk jong (27) toen hij op 29 augustus naar Suriname kwam. Hij was in 1950 frater geworden en in 1954 bond hij zich definitief aan de Congregatie. Gedurende de vormingsperiode als religieus was hij actief als ziekenverzorgende en als surveillant tot hij in 1960 werd gevraagd om naar Suriname te gaan. Geen totaal vreemd land voor hem, want hij had er natuurlijk al veel over gehoord van zijn confraters; de Congregatie was als sinds 1902 in Suriname actief.
Maar toch; Suriname is niet te vergelijken met Nederland; men begint eigenlijk een nieuw leven.

Frater Laurenti begon hier als jeugdleider op het toenmalige Studieconvict Bonifaas aan de Verl. Gemenelandsweg. Toen dit internaat werd opgeheven kwamen grond en gebouwen ter beschikking van de Kennedystichting voor doe en slechthorende kinderen en ook frater Laurenti maakte die overgang mee. Geen gemakkelijke stap, want hij had geen enkele ervaring met zulke kinderen.
De geduldige omgang met deze kinderen, het behartigen van hun ontwikkeling, hun geluk en hun toekomst heeft ongetwijfeld geloof en liefde als basis. Als frater was hij beschikbaar voor elk goed werk. Frater Laurenti ontwikkelde een zodanige inzet dat hij nu ene begrip is geworden als het over slechthorende en dove mensen gaat. Na zijn actieve periode als groepsleider en op een tijdstip dat mensen met pensioen gaan, begon hij met een nieuw werk en wel de nazorg van ex-leerlingen van de Kennedystichting. Met hart en ziel heeft hij daaraan gewerkt tot nu toe. Eveneens is hij beschikbaar voor Special Olympic, voor de gehandicapte kinderen van het S.O.G.K en vele andere zaken wanneer een beroep op hem gedaan werd. Hij heeft ook veel terugontvangen doordat ex-leerlingen ondanks hun handicap een goede positie in de maatschappij konden verwerven. De door hem opgerichte belangenvereniging leidt nu een zelfstandig bestaan; frater Laurenti is adviseur en beschikbaar om de vereniging met raad en daad bij te staan. Voor dit alles ontving hij in 1998 de onderscheiding ‘Ridder in de Ereorde van de Gele Ster’.

Ook binnen de religieuze gemeenschap van de fraters is frater Laurenti behulpzaam en dienstbaar aanwezig. Hij zorgt voor een goede gang van zaken binnen de ververschillende fraterniteiten waar hij woonde.
Dit alles doe je niet zomaar. Er is een solide basis. Die basis is de navolging van Jezus Christus, die naar de aarde kwam om als mens met de mensen te leven en te werken. Jezus ging weldoende rond in zijn tijd en op zijn plaats. En zie: doven horen, blinden zien, lammen lopen en het Evangelie wordt verkondigd aan onwetenden.
Ook fraters maken dit tot hun ideaal. Dienen verlichten, een opwekkend woord spreken, een helpende hand zijn. Ieder op zijn plaats, in zijn land en met volledige inzet voor de arme en gehandicapte mens.
Al vijftig jaar doet frater Laurenti dit en zolang zijn conditie het toelaat nog voor een lange tijd hier in Suriname dat zijn vaderland is geworden.

De fraters CMM in Suriname

 

Pater Mulder met stille trom vertrokken uit Suriname

Door: E. Wijntuin

Enkele weken voor zijn overlijden bracht ik een bezoek aan pater Van Nimwegen in het Radboud Ziekenhuis. Dankzij de aanwijzingen van een verpleger werd ik vergezeld naar het bed van de gewezen inspecteur van het RKBO. Zonder diens aanwijzing zou ik, eerlijk gezegd, heel lang moeten hebben zoeken voordat ik plaats zou kunnen nemen aan het ziekbed van Nimmie. Gedurende die tijd werd er met hem geen enkel woord gewisseld; zelfs op vragen van mij bleef hij het stilzwijgen bewaren.
Na het ziekenhuis te hebben verlaten, begaf ik mij naar de woning van pater Gijsberts om hem verslag te doen en mijn bezorgdheid kenbaar te maken. Ook in Suriname informeerde ik pater Mulder over het bezoek aan zijn confrater Nimwegen, gedurende vele jaren bewoner van de Grote Pastorie aan de Gravenstraat. Herman, aldus Bas Mulder, had heel veel moeite om zijn draai in zijn eigen vaderland te vinden. Bij een eerder bezoek, samen met mijn vrouw, aan het imposante klooster Nebo, moest ik urenlang allerlei klachten aanhoren, allemaal betrekking hebbende op de onhoudbaarheid in zijn nieuwe woonsituatie.
Wat zou er bij zijn definitief vertrek uit Suriname in pater Mulder zijn omgegaan, na een verblijf hier van tientallen jaren. Zouden diezelfde woorden over de pijn van Herman hem ook ten deel vallen?
Bijna meer dan een mensenleeftijd was pater Mulder, door de unieke wijze waarop het Woord bracht via de televisie, het gezicht van ons Bisdom. Hoge ogen gooide de toen zeer slanke Bas Mulder, toen hij als enige priester, gekleed in sporttenue, deelnam aan de vroegere jaarlijkse tienkilometersnelloop dwars door Paramaribo. Grote indruk maakte hij in de zestiger jaren als criticus, toen bijna alle ambtenaren en leerkrachten de hele samenleving lamlegden uit protest tegen het autocratisch bestuur van premier Pengel. Mulder liet zich in de periode van de militaire dictatuur ook niet onbetuigd, waarbij hij op zijn eigen wijze de schending van democratische en mensenrechten over de hekel haalde.
Ik herinner mij, als een van de stakingsleiders van 1969, toen pater Mulder, tot grote ergernis van velen in ons land, toepasselijke bijbelteksten gebruikte om op subtiele wijze solidariteit te betuigen met de stakers.
Naast zijn vele activiteiten, verwoord in Omhoog van 20 juni dezes jaars, is het herstel van de kathedraal zijn levenswerk, waarvoor hij samen met enkele andere prominente geloofsgenoten zich voor de volle honderd procent inzette.
Op grond van zijn grote verdiensten voor de katholieke samenleving is ons Bisdom moreel verplicht om pater Mulder officieel uit te nodigen aanwezig te zijn bij de inauguratie van zijn kathedraal. Mogelijk zal hij daarna een bloem leggen op het graf van Willy Grünberg, met wie hij jaren intens had samengewerkt.
Hopelijk zal Bas Mulder bij het zien en horen van zoveel eer- en dankbetuigingen de beroemde woorden van pater Weidmann zich eigen maken: “Mijn lichaam voor de Surinaamse aarde.”



Mgr S. Kuijpers (links) samen met de toen jeugdige Bas Mulder tijdens de absoute voor wijlen pater Weidmann op 13 september 1962.




 

Liturgische kalender
Maandag 9 augustus
H. Benedicta van het Kruis (Edith Stein)
Hos. 2, 16b-22
Mt. 25, 1-13
Dinsdag 10 augustus
H. Laurentius, diaken en martelaar
2 Kor. 9, 6-10
Joh. 12, 24-26
Woensdag 11 augustus
H. Clara, maagd
Ez. 9, 1-7 + 10, 18-22
Mt. 18, 15-20
Donderdag 12 augustus
Ez. 12, 1-12
Mt. 18, 21 – 19,1
Vrijdag 13 augustus
Ez. 16, 59+63
Mt. 19, 3-12

Zaterdag 14 augustus
H. Maximiliaan Maria Kolbe,
priester en martelaar
Ez. 18, 1-13b + 30-32
Mt. 19, 13-15
Zondag 15 augustus
Maria tenhemelopneming
1 Kron. 15, 3-4 + 15-16 + 16, 1-2
1 Kor. 15, 54-57
Lc. 11, 27-28(C)

 

 

 

 

Wij lezen op de zondag
Lezing
Uit het boek Wijsheid. 18, 6-9


Die nacht was aan onze vaderen tevoren bekendgemaakt, zodat zij, zeker wetend op welke eden zij vertrouwden, vol vreugde zouden zijn. Wat door uw volk verwacht werd was: redding voor de rechtvaardigen en ondergang voor de vijanden. Want door datgene waarmee U de tegenstanders strafte, hebt U roem verleend aan ons, de door U geroepenen. In het verborgene brachten de heilige zonen van de vrome mensen hun offer en zij aanvaardden eensgezind de goddelijke Wet, dat de heiligen gelijkelijk zouden delen in dezelfde goede dingen en dezelfde gevaren; vooraf zongen zij reeds de lofzangen van hun vaderen.
Lezing
Uit de brief aan Heb. 11, 1-2 + 8-19


Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, het bewijs van wat wij niet zien. Om hun geloof werden de ouden met ere vermeld. Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven aan de roepstem van God en ging hij op weg naar een land dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen; hij vertrok zonder te weten waarheen. Door het geloof verbleef hij als vreemdeling in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden; want hij zag uit naar de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwer is.

Door het geloof heeft ook Sara, die onvruchtbaar was, de kracht ontvangen om ondanks haar hoge leeftijd nog moeder te worden, omdat ze Hem die de belofte had gedaan, betrouwbaar achtte. Daarom is ook uit één man, die totaal was afgeleefd, een nageslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel, ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee. In geloof zijn zij allen gestorven, zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was. Zij hebben het alleen uit de verte gezien en begroet. Zij hebben zichzelf vreemdelingen en voorbijgangers op aarde genoemd. Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen dat zij op zoek zijn naar een vaderland. Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst, dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren, maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland, het hemelse. Daarom schaamt God zich niet om hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad gebouwd. Door het geloof heeft Abraham, toen hij op de proef gesteld werd, Isaak ten offer gebracht. Hij stond op het punt om zijn enige zoon te offeren, en dat terwijl hij de beloften had ontvangen en tegen hem gezegd was: Zij die van Isaak afstammen, zullen gelden als uw nageslacht. Want hij was ervan overtuigd dat God zelfs de macht heeft om doden tot leven te wekken; daarom heeft hij zijn zoon ook teruggekregen, bij wijze van voorafbeelding.

Lezing
Uit het evangelie volgens Lc. 12, 32-40 (C)


Wees niet bang, kleine kudde, want het heeft jullie Vader behaagd je het koninkrijk te schenken. Verkoop je bezit en geef aalmoezen. Zorg voor beurzen die niet verslijten, een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij kan komen en die geen mot kan aantasten. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Houd je lendenen omgord en je lampen brandend. 36 Jullie moeten net zo doen als mensen die hun heer opwachten wanneer hij thuiskomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en aanklopt, meteen te kunnen opendoen. Gelukkig zijn de knechten die de heer wakend aantreft bij zijn komst. Ik verzeker jullie dat hij zich omgordt, hen aan tafel nodigt en rondgaat om hen te bedienen. Gelukkig zijn zij als hij hen zo aantreft, ook al komt hij om middernacht of nog later. Bedenk wel: als de heer des huizes geweten had hoe laat de dief komen zou, dan had hij de inbraak wel verhinderd. Ook jullie moeten voorbereid zijn, want de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.’

 

Gedachten bij de zondag

Maak uw kostbare leven tot iets goeds en ook tot Gods vreugde
Het lijken drie totaal verschillende stukjes tekst in het evangelie volgens Lucas. Op het eerste gezicht lijkt er weinig samenhang in te zitten. Het is daarom goed te kijken naar de achtergrond van waaruit Lucas schrijft. Lucas schrijft zijn evangelie in een periode waarin de christenen langzamerhand beginnen te beseffen dat de wederkomst van Christus langer op zich zal laten wachten dan men aanvankelijk dacht. Men moet er aan wennen dat het veel langer zal duren voordat de voltooiing daar is.

Dat betekent wachten, geduld oefenen en leven in het uitstel. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat men niet met de armen over elkaar kan gaan zitten in de veronderstelling dat er toch niets gebeurt. Christenen moeten leren leven met een dubbele boodschap: enerzijds kan de wederkomst lang op zich laten wachten, anderzijds moet men er rekening mee houden dat die onverwacht komt. Dit geeft een spanning aan het leven van alledag. Christenen worden opgeroepen van het leven hier en nu iets goeds te maken en te doen alsof het een leven lang zal duren. Van de andere kant wordt van hen gevraagd zo te leven en te handelen dat er altijd iets nieuws kan gebeuren, iets wat niet te berekenen of te maken is. Met andere woorden, zegt Lucas, leef en maak iets van je leven en zorg er tegelijkertijd voor dat je open blijft voor iets wat je niet zelf kunt maken.

Lucas probeert allereerst zijn medechristenen moed in te spreken: Vrees niet, kleine kudde. Laat je niet ondermijnen door de angst vanwege allerlei bedreigingen van buitenaf.

Weet dat God je bewaart, God zal je nabij zijn. Het rijk van Gods trouw zal je gegeven worden. Maar ga niet stil zitten wachten tot alles voorbij zal zijn. Stel je leven hier en nu in dienst van de armen. Deel wat je bezit, met degenen die niets hebben. Leef zo dat je hart vol zal zijn van wat je kostbaar vindt: verbondenheid met mensen. Probeer tegelijkertijd je hart en je handen open te houden voor het onverwachte, het nieuwe. Blijf open voor de verrassing van wat je gegeven kan worden. Leef en handel als een dienaar die zich oefent in het beheren van wat hem is toevertrouwd. Het leven is niet van je zelf, je hebt het zomaar ontvangen, om niet. Wat zal het dan een verrassing zijn wanneer degene die jou het leven heeft toevertrouwd, in de vroege morgen terugkomt en constateert dat je er iets goeds van gemaakt hebt! Zijn vreugde zal jouw vreugde zijn.

Het beeld van de nacht waarin gewaakt wordt zonder dat men weet wat de nieuwe dag zal brengen, spoort men het verhaal over Abraham en Sara in de Hebreeën-brief. Zij gaan op weg zonder te weten waar de tocht zal eindigen, maar zij geven zich over in vertrouwen op de belofte dat het een goed einde zal zijn. Iets soortgelijks lezen we in het boek Wijsheid over het volk dat in de nacht staande blijft, wakend tot de dageraad, om dan te vertrekken naar een nieuwe toekomst.