Artikelindex
OMHOOG
15aug2010
08 augstus 2010
01.08.2010
25.07.2010
Alle pagina's

 

 

Redactioneel 18 juli 2010

Liturgische catechese: de openingsritus

De openingsritus van de eucharis-tieviering heeft bij de vernieuwing van de liturgie een voorname plaats gekregen. Vroeger begon men biddend en zingend, waarbij aan de voet van het altaar de voetgebeden en de schuldbelijdenis gebeden werden, waarna de priester de altaartreden opging en het altaar kuste om vervolgens Kyrie en Gloria te zingen en het openingsgebed te bidden. Al die tijd werden de mensen niet begroet of uitdrukkelijk verwelkomd. Er was niet de beleving van een op elkaar gericht zijn, maar een zich biddend richten tot God. Met name Psalm 43 speelde hierin een grote rol met de antifoon uit vers 4:’Introibo ad altare Dei, ad Deum qui laetificat iuventutem meam’, ‘ik ga op naar het altaar van God, de God die mijn jeugd verblijdt’.
In de oude liturgie was iedereen zich ervan bewust dat wij ons samen richten tot God. Je hoort wel eens zeggen dat de priester de mis vierde met zijn rug naar het volk. Maar dat is een verkeerde benadering. We zouden eerder moeten zeggen dat de priester en het volk het gezicht in de zelfde richting hadden, namelijk op God gericht. Met de vernieuwing van de liturgie draaide deze houding 180 graden. De priester staat niet meer met zijn met zijn blik op het allerheiligste of zoals we dat ook zeggen met zijn ‘rug’ naar het volk, maar kijkt het volk aan en spreekt het volk toe. Dat heeft zijn mooie kanten van participatie en saamhorigheid maar loopt ook het gevaar dat er teveel nadruk op de priester komt te liggen die als het ware de dienst moet maken. Je hoort dat soms in de kritiek of de complimenten die een priester krijgt. ‘Pater dat is een mooie dienst die u hebt afgedraaid’, of ‘pater u had een mooie dienst’, of ‘die pater heeft er weer niets van gebakken’. Allemaal uitdrukkingen die verraden dat de priester het gevaar loopt als entertainer gezien te worden, die de dienst moet maken. Hoewel de priester een wezenlijke taak heeft in de liturgie is het nooit ‘zijn mis’ of ‘zijn show’. We komen samen om ons tot God te richten, iedereen heeft zijn eigen taak en samen vieren wij. Wie niets meeneemt naar de liturgie aan geloof, verwachtingen, devotie en gebed, zal de dienst vlug saai vinden.
In de vernieuwde liturgie van de eucharistie begint de viering met de intocht. Celebranten en assistenten treden binnen in een opgang naar het altaar, een treden voor Gods majesteit, terwijl ondertussen een psalm of lied als intredezang gezongen wordt. Dan, na de buiging en de altaarkus, wordt in plechtiger vieringen het altaar bewierookt. Het zijn gebaren van begroeting en huldiging van Christus door zijn bruid, de kerk. Dan maakt de priester het kruisteken, hij wendt zich tot de gemeenschap, begroet haar met de woorden uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs:’De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u’ (2 Kor.13,13). Dan leidt hij de liturgie in en nodigt de aanwezigen uit de schuldbelijdenis mee te bidden.
Er zijn kerken in ons bisdom die veel werk maken van de intocht. Deze is zeer feestelijk en iedereen kan aanvoelen dat er iets heiligs begint. Het viel pater Kross op dat in Duitsland waar discipline zeer hoog wordt aangeschreven de misdienaars precies 1 minuut voor de tijd klaarstonden en precies op de aangegeven tijd werd er gebeld en kwam de processie in beweging. In Lourdes duurt de processie in de grootse onderaardse kerk waar er 30.000 gelovigen in kunnen, wel een kwartier. Het vraagt dus een enorme discipline om een kwartier voor de aanvang van de dienst met de processie te beginnen om precies op de aangegeven tijd het altaar te kussen en plaats te nemen. Bij ons gebeurt het wel eens dat misdienaars op het laatste ogenblik zich nog aankleden of dat de lectoren of de dienstleider nog niet klaar zijn. Dat zijn allemaal zaken die de plechtigheid ontsieren. Wij hebben als kerk meer dan anderen de verantwoordelijkheid om er zorg voor te dragen dat men in Suriname op tijd begint. De processie moet waardig zijn. Dat moet tot uitdrukking komen in manier waarop het kruis, het wierookvat en het lezingenboek worden gedragen. Het moet ook tot uiting komen in de kleding en de manier van lopen. Het openingslied moet zodanig gekozen zijn en gezongen worden dat het de processie kan begeleiden. We brengen immers op symbolische wijze tot uitdrukking dat we als volk van God onderweg zijn naar het hemelse Jeruzalem. Uit de officiële rubrieken blijkt dat het de priester is die de dienst opent met een kruisteken en het volk begroet. In de jaren zeventig hebben we in Suriname de functie van dienstleider ingevoerd. Het wordt tijd dat we ons opnieuw uitspreken over deze functie. Het komt de priester toe de viering te openen en de mensen te begroeten. De liturgie duldt geen nodeloze herhalingen en verdubbelingen. Als de dienstleider iedereen reeds begroet en de inleiding houdt doet dat afbreuk aan de eigenlijke taak van de priester. We vinden het toch normaal dat in een vergadering de voorzitter de hamer neemt, slaat en zegt:‘Ik open hierbij de vergadering’, waarom zou bij een plechtige vergadering van Gods volk, iemand anders te opening mogen doen? In andere bisdommen waar de functie van dienstleider onbekend is, is het de cantor die de mensen kort aanspoort om het openingslied te zingen.

 

Agenda
zo 18    Zestiende zondag door het Jaar
ma 19    Priesterwijding pater Waldi Wong Loi Sing – 40 jr.

 

Gebedsintenties van de paus
Dat in alle landen van de wereld de verkiezing van regeringsleiders moge geschieden met rechtvaardigheid, inzichtelijkheid en eerlijkheid, waarbij de vrije keuze van burgers gerespecteerd wordt.

Dat christenen overal, waar vooral in grote stedelijke centra, ernaar mogen streven om effectief bij te dragen aan de bevordering van culturele vorming, rechtvaardigheid, solidariteit en vrede
.
http://scrapetv.com/News/News%20Pages/Technology/images-2/pope-benedict.jpg

 

 

 

God is mijn levensdroom
Door P. Tjon Kiem Sang

Onlangs stonden onze dagbladen weer bol van de slechte slagings-resultaten op de middelbare scholen. De stakingen in het afgelopen schooljaar worden aangehaald als een van de factoren die daartoe hebben geleid. Het is best te begrijpen dat de onderbreking en de onrust die een lerarenstaking veroorzaakt in het onderwijsproces een negatieve invloed heeft op de prestaties van de studenten. Maar er zijn natuurlijk meerdere factoren die bijdragen aan goede of slechte resultaten op onze scholen. De recente verkiezingen, en de heftige propagandastrijd die daaraan voorafging, hebben ook wel degelijk effect gehad op het onderwijsproces, aangezien die ook gezorgd hebben voor onderbreking en onrust.

Toch hangt heel veel ook af van de instelling en de inzet van de student zelf. Er zal altijd wat te doen zijn in ons land dat het onderwijsklimaat niet ten goede komt. Daarnaast spelen de persoonlijke omstandigheden van een student ook een rol. En toch zijn er jongeren die, ondanks alle moeilijkheden, onderbrekingen en onrust, het klaarspelen om hun studie op bijzondere wijze af te ronden. Het is jammer dat in de media vooral de aandacht wordt gevestigd op de slechte resultaten en zij die het niet gehaald hebben. Wij moeten echter niet vergeten dat er heel veel jongeren zijn die het wel halen, en soms met prachtige resultaten.

Otie Vola is er zo eentje. Als ik hem op donderdagochtend bij McDonald’s tegenkom, straalt hij met een lach van oor tot oor. Ik krijg geen kans om maar zelf iets te vragen, want hij kan moeilijk zijn vreugde bedwingen: hij is geslaagd van het IMEAO, en nog wel als beste! Zijn vreugdevolle stemming werkt aanstekelijk en ik nodig hem meteen uit om zijn verhaal met Omhoog te delen. Een succesverhaal, naast alle andere deprimerende nieuwsberichten, maakt de dag opeens weer prettig.

Otie is twintig jaar oud en komt uit een gezin van elf kinderen. Als zesde kind is hij dus precies het middelpunt van het gezin. Ik en vele anderen kennen Otie als actieve jongere van de parochie Moeder van de Goede Raad te Welgedacht-A. Daar is hij misdienaar en jeugdleider, maar ook is hij actief in de schoonmaak van de kerk en lid van de jongerenkerngroep van Pastoraal Gebied Wanica-Para. Maar daar blijft het niet bij: Otie wil bij alles van de kerk betrokken zijn en doet dat met volledige overgave. “Ik ken God op mijn eigen, bijzondere manier. Hij geeft mij alle steun en kracht, en Hij stuurt mensen op mijn pad om mij te helpen,” vertelt Otie. Het is dat diep geloof in God die hem heel nabij is dat Otie heeft geholpen om te komen waar hij nu is.

Thuis bij zijn moeder was het altijd een drukte: met 11 kinderen is dat best te begrijpen. Dat maakt het niet makkelijk om geconcentreerd te studeren. Vooral toen Otie besloot om zich heel serieus op zijn studie te werpen. In zijn jongere jaren was Otie vooral de stoere jongen die niet veel van school hield. Hij was de grappenmaker op school en een van de populaire jongens. Dit gedrag zette zich voort totdat een leerkracht in de vierde MULO opmerkte dat het jongens als Otie zijn die het nooit ver schoppen in de maatschappij. Hij was zo onder de indruk van die opmerking dat hij besloot die leerkracht het tegendeel te bewijzen. Hij begon toen net met zijn studie aan het IMEAO en wilde dan ook serieus studeren.

Otie wist van zichzelf dat hij best wel de hersenen had om goed te studeren. Dat ziet hij trouwens ook bij zijn broers en zusters. “Mijn moeder heeft allemaal kinderen die goed kunnen leren.” Maar een goed stel hersenen en een sterke wil om te studeren waren niet voldoende. Otie had ook wat rust nodig in zijn leven. Die rust vindt hij in de kerk. Daar voelt hij zich thuis, daar komt hij tot rust. Daar ontmoet hij God die alles voor hem is. “De relatie met God ben ik bewust aangegaan. Ik had rust nodig in mijn hart. Met God heb ik een intieme relatie.” Indrukwekkende woorden voor een jongeman van 20 jaar. God is zijn levensbron en elke keuze die hij in zijn leven maakt, doet hij met God.

Behalve de persoonlijke relatie met God die hem heeft gesterkt in het behalen van zijn studiedoelen, gelooft Otie ook dat God mensen op zijn pad heeft gestuurd die hem hebben geholpen. In het bijzonder Dennis, die hem niet alleen een plek bood waar hij in alle rust kon studeren, maar ook als stuwende kracht achter hem aan heeft gezeten om zijn doel te bereiken. Voor Otie is Dennis een held en voorbeeldfiguur. Daarnaast is Otie ook zijn andere vrienden uit de parochie heel dankbaar, onder wie Astra en Armando.
Bovenal is Otie zijn moeder heel erg dankbaar. Zij is voor hem het voorbeeldfiguur van opoffering en doorzetten. Hij houdt zielsveel van zijn moeder en heeft enorm veel bewondering voor de wijze waarop ze toch steeds klaarspeelt om voor haar gezin te zorgen. Otie weet alleen nog niet hoe hij zijn moeder moet zeggen hoeveel hij van haar houdt. Zijn vader zit in het buitenland, van waaruit hij probeert zijn gezin te onderhouden. Otie mist zijn vader heel erg, want die is voor hem een leidraad. Het liefst ziet hij de band tussen hem en zijn vader hechter worden.

Otie heeft reeds besloten waar hij mee verder gaat in zijn studie: een HBO-opleiding in management, economie en recht. Hij heeft al rondgekeken wat de mogelijkheden zijn en de opleiding die hem aanspreekt zal hem wel minstens € 1,000 per jaar kosten. Maar dat schrikt Otie niet af. Hij begint nu al te zoeken naar manieren om dat geld bij elkaar te krijgen.

Met zijn vastberadenheid, geloof in zichzelf en toewijding aan God en kerk wil Otie vooral een voorbeeld zijn voor andere jongeren. “Jongeren onderschatten zichzelf vaak. Met mijn manier van leven, mijn werk voor de Heer wil ik andere jongeren beïnvloeden en ze motiveren. Ik maak me zorgen om de manier waarop jonge mensen hun leven verpesten. Seks kan wachten. En ze moeten weten dat als ze een misstap maken, dat het hun eigen keuze is.”

Op het moment dat ik met Otie het interview heb, moet hij er nog even aan wennen dat hij als bestgeslaagde van zijn school is geëindigd. “Het is niet te geloven. Het moet nog tot me doordringen.” Otie, je mag het geloven, want je hebt het verdiend. En als er één doel is dat je zeker zal bereiken, is het wel dat jij tot inspiratie zal zijn voor vele anderen.

 

 

 

AgendaWK 2010: een terugblik
GOD TROOST ZOWEL WINNAARS ALS VERLIEZERS

Hebben zo zitten kraken voor Oranje, afgelopen zondagmiddag, wel beseffend dat Spanje een geduchte tegenstander zou gaan worden. Een Europees kampioen nog maar pas geleden, gaat zich niet zonder slag of stoot laten inblikken en toch…....voor de Nederlandse leeuw was er een gerede kans, deze keer. Na ‘74 tegen West Duitsland en ‘78 tegen Argentinië, verdiende Oranje een keertje een “brik” en tegen Spanje moest het toch lukken. Of zou die verdomde inktvis - een zekere Paul die nota bene in Duitsland verkoos te wonen! - dan toch gelijk krijgen? En warempel, ja, Paul kreeg gelijk, al was het pas vier minuten voor het eind van de verlenging. Daarna mocht Oranje zijn wonden gaan likken, want er zijn maar weinigen die in vier luttele minuten een gelijkmaker weten te scoren tegen een hecht en homogeen team als van Spanje. De derde keer dat Oranje als nummer twee eindigt. In een toernooi waarin de enige plaats die echt telt die van numero uno is!

Zie nog zo het contrast tussen uitgelaten euforie en gebroken, teleurgestelde en betraande gezichten. Weer een droom aan gruzelementen. Het zag er zo veelbelovend uit en toch... er kan maar één winnaar zijn! Het prachtige was de grote solidariteit die sommige collega’s van de verslagen partij lieten zien en de troost die de ze ongevraagd kwamen aanbieden aan hun gebroken en verslagen makkers. Prachtig zoals de mannen even langs liepen en de ander een brasa of een schouderklopje gaven. Zo van: kop op, boy, dit is niet het eind van de wereld, man! En dan heb ik het niet alleen over de finale, maar in alle belangrijke wedstrijden waarin natuurlijk één winnaar werd en de andere partij verliezer. Toen gingen mijn gedachten onwillekeurig naar onze Meester en Heiland, Jezus Christus, die vooral zo in elkaar zat (en nog steeds zit!), dat hij troost en bemoediging kwam brengen, voor de kleinen en verdrukten en gekreukten van onze samenleving. Precies zoals we dat op de tv zagen tijdens dit wereldevenement. Heel ontroerend vond ik dat, mannen die hun collega’s - hoe klein ook - een beetje troost en bemoediging brachten. Het is maar een wedstrijd, slik het hard weg, er komen betere tijden, geloof me! Zo is het in het “echte” leven ook: dagen van winst en euforie en uitgelatenheid en dagen van verlies en verslagenheid, wanneer het lijkt alsof onze wereld in elkaar stort, alsof de bodem onder je voeten wordt weggetrokken. Wees er dan verzekerd van dat Christus ons het meest nabij is, voor allen die in Hem geloven en Hem in hun leven toelaten, open staan voor zijn troost en bemoediging en blijde boodschap. Daar kan geen wereldtitel tegenop!

Henri Bettencourt

 

Liturgische kalender
Maandag 19 juli
Mich. 6, 1-8
Mt. 12, 38-42
Dinsdag 20 juli
Mich. 7, 14-20
Mt. 12, 46-50
Woensdag 21 juli
Jer. 1, 1-10
Mt. 13, 1-9
Donderdag 22 juli
H. Maria Magdalena
Jer. 2, 1-13
Joh. 20, 1 + 11-18

Vrijdag 23 juli
H. Birgitta, kloosterlinge,

patrones van Europa
Gal. 2, 19-20
Joh. 15, 1-8

Zaterdag 24 juli
Jer. 7 1-11
Mt. 13, 24-30
Zondag 25 juli
Gen. 18, 20-32
Kol. 2, 12-14
Lc. 11, 1-13 (C)

 

 

Wij lezen op de zondag
Lezing
Uit het boek Gen. 18, 1-10a


Eens verscheen de HEER aan Abraham bij de eik van Mamre, toen Abraham op het heetst van de dag bij de ingang van zijn tent zat. Hij sloeg zijn ogen op en zag plotseling drie mannen voor zich staan. Meteen liep hij van de ingang van zijn tent naar hen toe; hij boog diep en zei: `Indien ik genade heb gevonden in uw ogen, mijn heer, ga dan niet aan uw dienaar voorbij. Ik zal water laten halen; was uw voeten en rust hier onder de boom. Nu u bij uw dienaar bent zal ik een stuk brood voor u halen om u te sterken voor uw verdere reis.’ Ze zeiden: ‘Doe dat. Heel graag.’ Abraham ging haastig de tent in naar Sara en zei: ‘Neem gauw drie schepel fijn meel, kneed het en bak er koeken van.’ Daarna liep Abraham naar de kudde, zocht een lekker mals kalf uit en gaf het aan zijn knecht om het snel toe te bereiden. Toen bracht hij hun wrongel en melk, en het kalf dat hij had laten toebereiden, en zette hun dat alles voor; terwijl zij aten bleef hij bij hen staan, onder de boom. Toen vroegen ze hem: ‘Waar is Sara, uw vrouw?’ Hij antwoordde: ‘Daar, in de tent.’ Toen zei Hij: ‘Het volgend jaar, rond deze tijd, kom Ik bij u terug.’
Lezing
Uit de brief aan Kol. 1, 24-28


Op het ogenblik verheug ik mij dat ik voor u mag lijden en in mijn lichaam mag aanvullen wat nog ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten bate van zijn lichaam, dat is de kerk. Haar dienaar ben ik geworden krachtens de taak die mij door God is gegeven met het oog op u, om namelijk het woord van God te brengen in heel zijn volheid: om het geheim te verkondigen dat verbor-

gen was, van alle eeuwigheid en alle generaties af, maar dat nu geopenbaard is aan zijn heiligen. Aan hen heeft God de rijkdom van de heerlijkheid van dit geheim onder de heidenvolken bekend willen maken. En het luidt: ‘Christus, de hoop op de heerlijkheid, is in u.’ Hem verkondigen wij, wanneer wij iedereen vermanen en onderrichten, met alle wijsheid die ons gegeven is, om iedereen zonder onderscheid in Christus tot volmaaktheid te brengen.

Lezing
Uit het evangelie volgens Lc. 10, 38-42 (C)

Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: `Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: `Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

 

 

Het beste is altijd te luisteren naar de stem van God
Gasten ontvangen en het hun naar de zin maken en er tegelijkertijd voor zorgen dat er een goed gesprek plaatsvindt. Mensen die gezellig eten en drinken en die zich open en van harte met elkaar onderhouden over alles wat hen bezighoudt. Daar gaat het over in de eerste en de derde lezing.
Voor mij is zo een maaltijd volheid van leven. Wat het leven de moeite waard maakt, zinvol maakt, zie je daar. Abraham springt op en verwelkomt zijn onverwachte gasten met grote openheid en hartelijkheid. Je bent welkom. Ga zitten op de meest schaduwrijke plek onder de boom. Hij gaat vlug naar Sara en zegt haar snel broodkoeken te maken. Hij gaat haastig naar zijn knecht, neemt een kalf van de ploegrunderen en laat dit slachten en klaarmaken. Waarom zo’n haast? Was het om snel weer bij zijn gasten te kunnen zijn en zich met hen te kunnen onderhouden? Hij was immers de gastheer. Totdat het eten klaar is, zal hij met hen gepraat hebben, maar pas onder het eten zegt de bezoeker hem iets wat Abraham en Sara’s leven diepgaand zal beïnvloeden. Ook het leven van zijn stam, zijn volk en ons leven in deze tijd zullen erdoor getekend worden. Abraham en Sara zullen op hun hoge leeftijd nog een zoon ontvangen – toekomst, nieuw begin, Gods belofte waargemaakt.

Telkens wisselen enkelvoud en meervoud wanneer het gaat over de gast(en). Er komen drie mannen, en dan weer is er sprake van de bezoeker en van JHWH die spreekt. Later heeft men gezegd, dat JHWH met twee engelen bij Abraham op bezoek was. Dit wordt ondersteund door het vervolg van het verhaal. Eerst gaan de twee mannen, terwijl JHWH nog met Abraham blijft praten, naar Sodom. In Genesis 19,15 zijn het engelen.
In iedere gast ontvangen wij JHWH en zijn engelen, leert de traditie ons.
Gastvrijheid staat zo hoog aangeschreven dat er gezegd wordt: wie een gast ontvangt, ontvangt God zelf.
Aan het eind van het verhaal, een gedeelte dat we niet lezen, blijkt dat de drie mannen op reis zijn om een moeilijke zaak te volbrengen. Ze zijn op weg naar Sodom en Gomorra om te zien wat zich daar voltrekt en de steden zo nodig te veroordelen en te verwoesten. De inwoners van Sodom willen misbruik maken van de twee mannen (engelen) die door Lot, Abrahams neef, uitgenodigd zijn als zijn gasten in zijn huis te verblijven. Zelfs tegen de gastvrijheid wordt in Sodom grondig gezondigd.

Jezus en zijn leerlingen worden ontvangen door Marta. Zij zal hen hartelijk welkom geheten hebben. Ook dit bezoek is onverwacht. Er staat in het verhaal immers dat Jezus een dorp binnenging. Zomaar een dorp, denk ik dan. Hij ging een huis binnen. Zomaar een huis, denk ik, waar Hij welkom was met Zijn leerlingen. Oussoren vertaalt Lucas 1,38 in de Naardense Bijbel: ‘Als ze voortgaan, komt hij aan in zomaar een dorp; zomaar een vrouw met de naam Marta ontvangt Hem in haar huis’. In het verhaal dat hieraan voorafgaat, over de tweeënzeventig leerlingen die Jezus uitzendt, zegt Hij ook dat ze moeten blijven in het huis waar ze binnengaan en waar men hen ontvangt. (Lucas 10, 7-8). Lucas legt er nadruk op dat ze geen tijd moeten verdoen met zoeken naar verzorging en onderdak. Zie de rode draad bij de veertiende zondag door het jaar. Hun aandacht moet uitgaan naar de verkondiging van het rijk Gods.

Marta gaat aan de slag om haar gasten van alles te voorzien wat zij nodig hebben aan eten en drinken. Wanneer het eten opgediend moet worden, neemt dat haar zo in beslag dat ze een beroep doet op Jezus. Hij moet Maria, haar jongere zus, ertoe aanzetten haar te komen helpen met opdienen. Jezus geeft Marta dan een antwoord dat ze niet verwacht zal hebben. In alle geval was ze op zo’n antwoord niet uit. Oussoren vertaalt Lucas 10, 41-42 in de Naardense Bijbel ‘Marta, Marta, je hebt de zorg en de drukte over vele dingen; aan weinig is gebrek, of maar aan één ding!’.
Wat kan dat zijn? In de loop van de tijd hebben veel exegeten hieraan een verschillende uitleg gegeven. Het is toegepast op het actieve en contemplatieve leven, op het Oude en het Nieuwe Testament, het martelaarschap, de armoedebeweging, het monikkendom. ‘Iedere vorm van Christusvervolging heeft zich wel eens op deze tekst beroepen. En nog met recht ook! Want als iemand in een bepaalde levensvorm zijn roeping en zijn geluk gevonden heeft, is dat voor hem de beste! Maar wat is dat ene ding nu waar maar gebrek aan is, en dat noodzakelijk is in alle levensvormen? Maria zit aan Jezus’ voeten. Hiermee werd in de tijd van Jezus en in de eerste christentijd bedoeld dat iemand leerling was van een rabbi, intens naar deze leraar luisterde en in zijn woorden de wereld zag opengaan. Bij alle verzorging van mensen, van gasten, bij alle hulpbetoon, blijft het nodig open te staan voor je grondinspiratie en aan die inspiratie in openheid tijd te besteden. In alles je grondinspiratie blijven volgen en beleven, raadt Jezus Marta en ons aan. Hij raadt het mannen en vrouwen aan. Zij beiden zijn leerlingen, lezen we bij Lucas. Het lijkt dan ook niet goed alleen mannen van Jezus te laten getuigen of alleen mannen te zien als vertegenwoordigers van Jezus. Vrouwen zijn dat net zo.

Ook Jezus en zijn leerlingen zijn op reis, net als Abraham bezoekers. Zij zijn blij dat Lucas op weg is naar Jeruzalem. Wij weten dat Jezus daar veroordeeld en gekruisigd zal worden. Van gastvrijheid onderweg genieten, zelfs op weg naar een oordeel, zelfs op weg naar de afronding van je leven, is leven in het koninkrijk van God.