Tuesday 17 September

Download u het gebed voor de eerste week in PDF formaat

Elke dag dit gebed bidden op een tijd die voor u geschikt is
Heer Jezus, veertig dagen hebt U doorgebracht in de stilte van de woestijn om U geheel te kunnen richten op de wil van de hemelse Vader. Door vasten, stilte en gebed kon U zich op de Vader richten en was U sterk toen de duivel probeerde U weg te trekken van het volbrengen van de Vaders wil.
Zo wil ook ik mij in deze veertigdagentijd meer richten op U. Help mij om geestelijk te groeien en geestelijk sterker te worden, door met extra aandacht momenten van gebed in te bouwen: elke dag even U en de Vader danken, even mij bewust worden dat ik dagelijks zoveel goeds ontvang en dat U over me waakt. Ook wil ik door vasten of iets opgeven dat ik lekker vindt, en door wat soberder te leven in deze veertigdagentijd, U vragen om vergeving voor mijn vele zonden. Ik weet, Heer Jezus, dat ik onvolmaakt ben en zo vaak tekort schiet.
Ik wil in alle eerlijkheid oprecht boete doen, ik wil het goed maken en zo niet steeds de morele grenzen verder verschuiven, maar juist leven als een oprecht Christen. U behoor ik toe en in Uw woorden vind ik de richtlijnen voor mijn leven. In Uw lijden en kruisdood vind ik vergeving van zonden en daar, aan het kruis, verlost U mij ten eeuwigen leven. Ik dank U en bid U: help mij geestelijk te groeien, met aandacht te leven voor U die ik toebehoor. Help mij sterk te staan in de vele verleidingen waarmee de duivel ook mij, gelijk de bredere samenleving, probeert weg te trekken van U. Heer, waak over mij en over allen die mij dierbaar zijn en help mij elke dag wat tijd vrij te maken voor wat geestelijke literatuur, voor gebed en het doen van een concrete goede daad voor mijn medemens.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Preek van Paus Franciscus op Aswoensdag 2019: over het terugvinden van de juiste koers in ons leven.
(Probeer deze preek in de loop van deze eerste week drie maal aandachtig te lezen)
“Blaast de bazuin op de Sion, kondigt een heilige vastentijd af” (Joël 2,15), zegt de profeet in de Eerste Lezing. De Veertigdagentijd opent met een schel geluid, dat van een hoorn die niet fijn klinkt, maar een vastentijd aankondigt. Het is een hard geluid dat ons leven tot kalmte wil manen. Het geluid van deze wekker wordt begeleid door de boodschap die de Heer ons bij monde van de profeet geeft. Het is een korte en serieuze boodschap: “Keert tot Mij terug” (vers 12). Terugkeren. Als we dat moeten doen, wil het zeggen dat we te ver zijn afgedreven. De Veertigdagentijd is een periode om de koers van ons leven terug te vinden. Want op de weg van het leven is wat echt telt, zoals op elke weg: het doel niet uit het oog verliezen.
Wat is de koers? Misschien de zoektocht naar gezondheid, waarvan velen vandaag de dag zeggen dat die op de eerste plaats komt, maar die vroeg of laat voorbij gaat? Misschien je bezit of je welzijn? Maar daarvoor zijn we niet op de wereld. Keer terug naar Mij, zegt de Heer. Naar Mij. De Heer is het doel van onze reis in deze wereld. De koers wordt op Hem afgesteld.

Om de koers weer terug te vinden, wordt ons vandaag een teken aangeboden: de as op ons voorhoofd. Het is een teken dat ons doet denken aan wat er in ons hoofd omgaat. Onze gedachten gaan vaak uit naar voorbijgaande dingen, die gaan en komen. De dunne laag as die we ontvangen, is er om ons met tederheid en naar waarheid te zeggen: Al die dingen die er in je hoofd omgaan, en waar je elke dag achteraan rent en je druk om maakt, daar blijft niets van over. Hoe zeer je je inspant, uit het leven kun je geen enkele rijkdom meenemen. De aardse dingen verdwijnen, als stof in de wind. De goederen zijn tijdelijk, de macht gaat voorbij, het succes verdwijnt. De nu zo overheersende cultuur van het uiterlijke, die ons ertoe verleidt te leven voor de dingen die voorbijgaan, is een grote misleiding. Want die is als een vuur: eenmaal uitgebrand, blijft er alleen as over.

De Veertigdagentijd is de periode om ons te bevrijden van de illusie dat we leven als we stof najagen. De Veertigdagentijd is ontdekken dat we gemaakt zijn voor het vuur dat altijd brandt, niet voor de as die meteen uitdooft; dat we gemaakt zijn voor God, niet voor de wereld; voor de eeuwigheid van de hemel, niet voor de misleiding van de aarde; voor de vrijheid van de kinderen, niet voor de slavernij der dingen. We mogen ons vandaag afvragen: aan welke kant sta ik?
Op deze reis van terugkeer naar de essentie die de Veertigdagentijd is, stelt het Evangelie drie etappes voor, waarvan de Heer vraagt die zonder hypocrisie en zonder pretentie te volgen: de aalmoes, het gebed, het vasten. Waar dienen die toe? Aalmoezen geven, bidden en vasten brengen ons terug naar de drie dingen die niet verdwijnen. Het gebed verbindt ons weer met God; de naastenliefde verbindt ons met de naaste; het vasten verbindt ons weer met onszelf.

God, mijn broeders en zusters, en mijn leven: zie hier de dingen die niet eindigen in het niets en waarin we moeten investeren. De Veertigdagentijd nodigt ons uit om naar deze dingen te kijken: naar Omhoog, met het gebed, dat ons bevrijdt uit een horizontaal en plat leven, waarin je tijd vindt voor het ik, maar God vergeet. En vervolgens naar de ander, via de naastenliefde die je bevrijdt van de ijdelheid van het bezit, van het denken dat de dingen goed gaan, omdat het mij goed gaat. Tot slot nodigt deze periode ons uit om naar binnen te kijken, door te vasten, wat ons bevrijdt van de gehechtheid aan de dingen, aan het wereldse dat het hart verdooft. Gebed, naastenliefde, vasten: drie investeringen voor een schat die blijft.
Jezus heeft gezegd: “Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mt. 6,21). Ons hart wijst altijd in een bepaalde richting: het is als een kompas op zoek naar een vast punt. We kunnen het hart ook vergelijken met een magneet: het wil zich aan iets vastklampen. Maar als het zich enkel vastklampt aan aardse dingen, wordt het hart daar vroeg of laat de slaaf van: de dingen waarvan je je bedient, worden de dingen die jij moet dienen.

Het uiterlijk, het geld, de carrière, de vrije tijd: als we daarvoor leven, worden ze afgoden die ons gebruiken en ons vervolgens de afgrond in storten. Als het hart zich echter vastklampt aan de dingen die niet voorbijgaan, hervinden we onszelf en worden we vrij. De Veertigdagentijd is een periode van genade om het hart te bevrijden van ijdelheid. Het is een periode van genezing van de verslavingen die ons verleiden. Het is een periode om onze blik te richten op dat wat blijft.
Waarop moeten we onze blik dan richten op de weg van de Veertigdagentijd? Dat is simpel: richt je op het Kruis. Jezus aan het kruis is het kompas van ons leven, dat ons richt op de Hemel. De armoede van het hout, de stilte van de Heer, die uit liefde van alles ontdaan werd, tonen ons de noodzaak van een eenvoudiger leven dat vrij is van een te grote hang naar dingen. Jezus leert ons vanaf het kruis de krachtige moed van ergens vanaf te kunnen zien. We moeten ons bevrijden van de tentakels van het consumentisme en van de verstrikkingen van het egoïsme, van het steeds meer willen, van het nooit tevreden zijn, van het hart dat gesloten is voor de noden van de armen.

Jezus, die op het hout van het kruis brandt van liefde, roept ons op tot een leven dat in brand staat voor Hem en dat niet verloren gaat te midden van het as van de wereld; een leven dat brandt van naastenliefde en dat niet opbrandt door middelmatigheid. Is het moeilijk om te leven zoals Hij je vraagt te doen? Ja, dat is moeilijk, maar het leidt ons naar het doel: het eeuwig leven, die nieuwe hoop, de vreugde de geen einde zal kennen. De Veertigdagentijd laat het ons zien. Die begint met de as, maar leidt ons uiteindelijk naar het vuur van de paasnacht; om te ontdekken dat Jezus’ vlees, in het graf, niet verworden is tot as, maar glorieus verrijst. Dat geldt ook voor ons, die stof zijn: als we met onze zwakheden terugkeren naar de Heer, als we de weg van de liefde nemen, zullen we een leven omarmen dat niet vergaat. En zullen we zeker in vreugde leven.